ECLI:NL:RBDHA:2026:20584
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.8312
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
AA; Senegal; opvolgende asielaanvraag Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiser verklaard dat het haar in gesprekken met hem duidelijk is geworden dat eiser homoseksueel is en dat zij dit geloofwaardig vindt. Uit eisers dossier volgt dit echter niet. Ook tijdens het gehoor opvolgende aanvraag heeft eiser hier niets over gezegd, en juist andere omstandigheden naar voren gebracht. Pas in de zienswijze is voor het eerst beperkt over eisers homoseksualiteit gerept. Voor zover de gemachtigde van eiser tijdens de zitting heeft willen stellen dat eisers homoseksualiteit als asielmotief had moeten worden beoordeeld door verweerder, ziet de rechtbank hiertoe dan ook geen enkele aanleiding. Eiser heeft tijdens de eerste asielprocedure juist nadrukkelijk verklaard dat hij niet homoseksueel is. Het is bovendien aan eiser om zijn asielaanvraag te onderbouwen. Helemaal bij een opvolgende asielaanvraag mag daarbij worden verwacht dat eiser volledig is en alles wat relevant kan zijn voor zijn asielaanvraag naar voren te brengen. Verder stelt eiser dat verweerder geloofwaardig heeft bevonden dat hij afvallig is. Vanwege deze afvalligheid zal hij in Senegal problemen krijgen. De rechtbank volgt eiser niet in deze stelling. Tijdens het gehoor opvolgende aanvraag heeft eiser niet verklaard dat hij uit Senegal is gevlucht vanwege afvalligheid. Pas in een later stadium van de procedure heeft eiser gesteld dat hij afvallig is, zonder dit te onderbouwen. Verweerder heeft dit in het voornemen noch het bestreden besluit gevolgd. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers afvalligheid niet geloofwaardig is. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.