ECLI:NL:RBDHA:2026:20716
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.36790
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Vervolgberoep artikel 59a Vw. De rechtbank van oordeel dat de minister voldoende voortvarend heeft gewerkt aan de overdracht naar Oostenrijk. De minister moet enige tijd worden gegund om de overdracht van eiser te plannen en is daarbij eveneens afhankelijk van de aankondigingstermijn van Oostenrijk. Bovendien is de minister binnen de termijnen van artikel 45, derde lid, van de AMbV, waarin onder meer is bepaald dat in geval van bewaring de overdracht uiterlijk binnen vijf weken na het claimakkoord plaatsvindt, gebleven. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.