ECLI:NL:RBDHA:2026:20728
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.39110
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
59a, Indien er signalen zijn dat een vreemdeling psychisch niet in staat is om zijn belangen adequaat kenbaar te maken, mag de minister niet zonder meer aannemen dat hij is gehoord in de zin van artikel 5.2 van het Vb. In dergelijke gevallen rust op de minister de plicht om zich op een andere manier in te spannen om voldoende kennis te vergaren over de belangen van de vreemdeling, maatregel niet zorgvuldig voorbereid, gegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.