ECLI:NL:RBDHA:2026:21014
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.35948
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
bewaring, kennisgeving, art. 6 lid 3 Vw, eerdere asielaanvraag, kwetsbaarheidsbeoordeling, ongegrond.
Uitspraak
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 29 juni 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vrijheidsontneming opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
2.1.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Khabote als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
3. Verweerder kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure. Deze maatregel wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang en wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
Eerdere asielaanvraag
4. Eiser heeft aangevoerd dat hij eerder asiel heeft aangevraagd in het Verenigd Koninkrijk en deze procedure nog moet afwachten.
4.1.
De rechtbank overweegt dat de door eiser gestelde eerdere asielaanvraag in het Verenigd Koninkrijk niet van belang is voor de beoordeling of verweerder bevoegd was de maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw op te leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Kwetsbaarheidsbeoordeling
5. Eiser voert aan dat onduidelijk is of verweerder een kwetsbaarheidsbeoordeling heeft uitgevoerd. Eiser is drie maanden voor de oplegging van de maatregel van vrijheidsontneming achttien jaar geworden. Daarnaast is hij toen hij elf jaar was zijn land van herkomst ontvlucht en sindsdien aan het reizen. Eiser is als verstekeling aangetroffen en hij vreest te worden gedood door andere mensen. Hoewel in de maatregel standaard wordt verwezen naar indicatoren van kwetsbaarheid, is het niet duidelijk of deze daadwerkelijk zijn onderzocht.
5.1.
In het proces-verbaal van gehoor voorafgaand aan de maatregel van 29 juni 2026 is opgenomen dat er geen zichtbare dan wel merkbare psychische en fysieke trauma’s zijn waargenomen en dat geen indicatoren zijn onderkend die het aannemelijk maken dat eiser het slachtoffer is van mensenhandel. Eiser heeft in dit gehoor of ter zitting ook geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat dit onjuist is. In de gestelde omstandigheden dat eiser net 18 jaar is geworden, sinds zijn elfde op de vlucht is en vreest voor zijn leven, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om een minder dwingende maatregel toe te passen of de detentie als onevenredig bezwarend te beschouwen. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toetsing
6. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.