ECLI:NL:RBDHA:2026:21053
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.48967
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Asiel. Eritrea. Eiseres heeft mede namens haar minderjarige zoon asiel aangevraagd. Eisers worden gediscrimineerd omdat de zoon van eiseres een handicap heeft, waaronder zwakbegaafdheid en een verstandelijke handicap. Ook stellen eisers dat zij bij terugkeer naar Eritrea risico lopen omdat zij langer in het buitenland hebben verbleven dan de periode van drie maanden die op hun uitreisvisum stond vermeld en zij tijdens die periode geen diasporabelasting hebben betaald. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen, omdat de discriminatie die eisers ervaren niet een dusdanige beperking van hun bestaansmogelijkheden is dat het onmogelijk voor hen is om op maatschappelijk niveau te functioneren. Ook vindt de minister het niet aannemelijk dat eisers een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer vanwege hun verblijf in het buitenland en het niet betalen van de diasporabelasting. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Het beroep is ongegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.