ECLI:NL:RBDHA:2026:21064
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.16894
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Eiseres is afkomstig uit Irak. Het bestreden besluit mist met betrekking tot het asielmotief afvalligheid een draagkrachtige motivering. De minister heeft bij de beoordeling of te verwachten is dat eiseres zich bij terugkeer in Irak terughoudend zal opstellen dan wel zij zich zal conformeren aan de wet- en regelgeving zoals zij indertijd deed, onvoldoende rekening gehouden met de verklaringen van eiseres hoe zij in Nederland uitkomt voor haar afvalligheid (atheïsme) in combinatie met het feit dat zij zal moeten terugkeren naar haar ouderlijk gezin en zal moeten leven volgens hun conservatieve regels. De conclusie van de minister dat uit de verklaring van eiseres niet blijkt dat het een inbreuk is op haar identiteit als zij haar mening niet geeft, wordt niet gevolgd. Het is waar dat eiseres heeft verklaard dat het voor haar niet altijd nodig is om iets te zeggen, dat het voor haar belangrijker is dat zij ervan overtuigd is en verschillende geloofsovertuigingen respecteert, maar ze heeft ook verklaard dat ze haar afvalligheid in Nederland uit door haar mening te geven als er een discussie ontstaat. Bovendien is dit een reactie op hoe zij haar afvalligheid in Nederland uit, waar zij niet wordt gedwongen om volgens de regels van de islam te leven. In die zin is het ook niet altijd nodig om iets over haar overtuiging te zeggen. De situatie wordt anders als eiseres zich bij terugkeer naar Irak weer onder de vleugels van haar ouders komt en zich zal moeten gedragen als een moslima. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich hiervan in het bestreden besluit onvoldoende rekenschap gegeven.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.