ECLI:NL:RBDHA:2026:21169
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.13062
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod, beroep gegrond met in stand laten van de rechtsgevolgen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder is namelijk onvoldoende ingegaan op de door eiser aangevoerde omstandigheden. Voor zover eiser aanvoert dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan het beginsel van non-refoulement, overweegt de rechtbank dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken van gronden om aan te nemen dat eiser een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar India. Wel ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Verweerder heeft zich in het verweerschrift namelijk op het standpunt mogen stellen dat eisers stelling dat hij is getrouwd met iemand die in Nederland verblijft niet maakt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, omdat hij dit niet verder (met stukken) heeft onderbouwd.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.