Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBDHA:2026:21600

Rechtbank Den Haag

Uitspraak
31 juli 2026
Zaaknummer
NL26.39342
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Grensdetentie asielzoeker - / Rusland, homoseksuele geaardheid/ pre-toets. De rechtbank onderschrijft de overwegingen van zittingsplaats Amsterdam in haar uitspraken van 17 juli 2026. Eiser heeft op 14 juli 2026 asiel aangevraagd, is in grensdetentie geplaatst, op 17 juli 2026 en op 22 juli 2026 gehoord en op 22 juli 2026 is de maatregel opgeheven omdat de aanvraag moest worden ingewilligd en eiser moest worden erkend als vluchteling. De rechtbank verricht, gelet op de concrete feiten en omstandigheden, in deze procedure een zogenoemde ‘pre-toets’ en de uitkomst hiervan leidt tot de conclusie dat de grensdetentiemaatregel onrechtmatig is opgelegd. De grensdetentiemaatregel strekt er in deze procedure immers toe om de asielgrensprocedure te verzekeren en niet om de buitengrens te bewaken. De asielaanvraag van eiser leent zich evident niet voor de behandeling in de asielgrensprocedure. De opgelegde maatregel kan daarmee niet strekken tot het gestelde doel van de maatregel en is reeds hierdoor onrechtmatig. De rechtbank merkt op dat deze beoordeling in wezen niet anders is als het moeten beoordelen van zicht op uitzetting als een maatregel ter fine van uitzetting wordt opgelegd of als een maatregel te fine van overdracht wordt opgelegd maar de overdracht moet worden verboden. Ook in die situaties kan met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel het doel van de maatregel, dat de grondslag van de maatregel vormt, niet worden bewerkstelligd, wat de maatregel reeds hierom onrechtmatig maakt. Het karakter van vrijheidsontneming verdraagt zich dan ook niet met het verbieden van een pre-toets in een procedure als de onderhavige. Dit zou namelijk betekenen dat iedere asielzoeker in bewaring kan worden gesteld, ook als er geen verplichting is om de grensprocedure toe te passen en ook als de grensprocedure onterecht -verplicht of onverplicht- wordt aangemerkt als de procedure om de asielaanvraag in te behandelen. In dat geval is de rechterlijke controle van de grensdetentiemaatregel niet effectief omdat de conclusie dat de grensprocedure niet is toegestaan pas kan worden getrokken nadat de asielzoeker enige tijd in detentie heeft moeten doorbrengen en het beroep tegen de beslissing op de asielaanvraag kan worden beoordeeld. Om een doeltreffende voorziening in rechte te kunnen bieden, vereist de rechtmatigheidsbeoordeling van de in de onderhavige procedure opgelegde maatregel een eerdere beoordeling. Al het handelen van verweerder, en zeker als dit handelen de vrijheidsontneming van een asielzoeker tot gevolg heeft, moet immers door de rechter kunnen worden gecontroleerd en in een zodanige fase van de procedure dat deze controle ook effectief is in die zin dat een onrechtmatige situatie onverwijld kan worden beëindigd door de rechter. Het is evident in strijd met het Unierecht om aan een asielzoeker een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen uitsluitend vanwege de indiening van een verzoek om internationale bescherming. Dit betekent ook dat het standaardmatig in de asielgrensprocedure behandelen van asielaanvragen die aan de buitengrens worden ingediend, behoudens de resultaten van een te beperkt onderzoek naar de kwetsbaarheid, en het bij wijze van automatisme in grensdetentie nemen van iedere asielzoeker die aan de buitengrens een verzoek indient behoudens dat zelfde te beperkte onderzoek naar de kwetsbaarheden, niet verenigbaar is met het Unierecht. Beroep gegrond/ SV

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.