ECLI:NL:RBDHA:2026:21663
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.41447
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Bewaring, artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Gegrond. De rechtbank oordeelt evenwel dat de minister bij zijn overweging of met een lichter middel had moeten worden volstaan, onvoldoende is ingegaan op de door eiser gestelde medische omstandigheden. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de minister de door eiser naar voren gebrachte omstandigheden uitdrukkelijk bij zijn beoordeling dient te betrekken. Dat zorg feitelijk aanwezig was en eiser hier ook van op de hoogte was, laat onverlet dat dit uit het oogpunt van kenbaarheid en uit het oogpunt van toetsbaarheid uit de maatregel dient te blijken.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.