ECLI:NL:RBDHA:2026:21689
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.20044 en NL26.20045
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie
Bij besluit heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser niet in zijn bewijslast geslaagd. De minister wijst er terecht op dat de door eiser aangehaalde artikelen over de samenwerking tussen Angola en Portugal geen betrekking hebben op de asielprocedure en opvangsituatie in Portugal en evenmin zien op de persoonlijke situatie van eiser. Bovendien hebben de Portugese autoriteiten met het claimakkoord van 6 februari 2026 gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling zullen nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Het ligt op de weg van eiser om zich bij eventuele tekortkomingen te wenden tot de Portugese autoriteiten. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.