ECLI:NL:RBDHA:2026:21986
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- 709343
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Inhoudsindicatie
Ex parte verbod.
Uitspraak
1 Bevoegdheid
☒ 1.1. Voor zover het verzoek is gebaseerd op de gestelde inbreuk op (een) aan verzoekster toebehorend(e) Uniemerk(en) of Uniemodel(len) is de voorzieningenrechter internationaal (en relatief) bevoegd daarvan kennis te nemen nu verzoekster gevestigd of woonachtig is in Nederland (artikel 123 lid 1, 124 onder a, 125 lid 2, 126 lid 1 en 131 lid 1 en lid 2 UMVo 2017 en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk respectievelijk artikel 119 lid 1, 120 onder a, 121 lid 2, 122 lid 1 en 129 lid 1 UModVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen). De bevoegdheid strekt zich uit tot de gehele Europese Unie.
☐ 1.2. Voor zover het verzoek is gebaseerd op de gestelde inbreuk in Nederland op (een) aan verzoekster toebehorend(e) Uniemerk(en) of Uniemodel(len) is de voorzieningenrechter internationaal (en relatief) bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van artikel 123 lid 1, 124 onder a, 125 lid 5, 126 lid 2 en 131 lid 1 UMVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk respectievelijk artikel 119 lid 1, 120 onder a, 121 lid 5,122 lid 2 en 129 lid 1 UModVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. De bevoegdheid is beperkt tot Nederland.
☐ 1.3. Voor zover het verzoek is gebaseerd op de gestelde inbreuk op (een) aan verzoekster toebehorend(e) Benelux-merk(en), Benelux-model(en) of internationale merk- of modelinschrijving met gelding voor de Benelux is de voorzieningenrechter internationaal en relatief bevoegd daarvan kennis te nemen nu gerekwestreerde gevestigd of woonachtig is in dit arrondissement dan wel de gestelde inbreuk (mede) in dit arrondissement plaatsvindt (artikel 4.6 BVIE). De bevoegdheid strekt zich uit tot de Benelux.
☐ 1.4. Voor zover het verzoek is gebaseerd op de gestelde inbreuk op (een) aan verzoekster toebehorend(e) Benelux-merk(en) of Benelux-model(en) of internationale merk- of modelinschrijving met gelding voor de Benelux is de voorzieningenrechter bevoegd daarvan kennis te nemen nu dat verzoek verknocht moet worden geacht aan de gestelde inbreuk op het/de ingeroepen Uniemerk(en) respectievelijk Uniemodel(len).
☐ 1.5. Voor zover het verzoek is gebaseerd op een ander recht dan de hiervoor in 1.1 tot en met 1.4 genoemde rechten, is de rechtbank internationaal bevoegd voor de hoofdzaak op grond van artikel 4 Brussel I bis-Vo zodat tevens bevoegdheid bestaat kennis te nemen van het verzoek tot het treffen van voorlopige maatregelen als de onderhavige. De bevoegdheid is in de Europese Unie territoriaal onbeperkt.
☐ 1.6. Voor zover het verzoek is gebaseerd op een ander recht dan de hiervoor in 1.1 tot en met 1.4 genoemde rechten, is de rechtbank internationaal (en relatief) bevoegd voor de hoofdzaak op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo zodat tevens bevoegdheid bestaat kennis te nemen van het verzoek tot het treffen van voorlopige maatregelen als de onderhavige. De bevoegdheid is beperkt tot Nederland.
☐ 1.7. Voor zover het verzoek is gebaseerd op communautaire kwekersrechten is
de rechtbank internationaal (en relatief) bevoegd voor de hoofdzaak op grond van artikel 101 lid 1, lid 2 onder a) of b) en lid 4 van de GKVo jo art. 78 lid 2 ZPW.
☐ 1.8. De rechtbank is relatief (exclusief) bevoegd kennis te nemen van het
verzochte bevel tot staking van de inbreuk op een octrooirecht, een communautair kwekersrecht of een nationaal kwekersrecht op grond van artikel 80 lid 2 sub c ROW respectievelijk artikel 101 lid 2 GKVo en/of artikel 78 lid 2 ZPW.
☐ 1.9. Voor zover het verzoek tot het leggen van bewijsbeslag verband houdt met de handhaving van een octrooi in de zin van artikel 70, 71, 72 of 73 ROW is de voorzieningenrechter relatief (exclusief) bevoegd op grond van art. 80 tweede lid sub c ROW.
☐ 1.10. De voorzieningenrechter is relatief bevoegd kennis te nemen van het verzochte bevel tot staking van de inbreuk op grond van artikel 262 aanhef en sub b Rv nu gerekwestreerde gevestigd of woonachtig is in dit arrondissement dan wel de gestelde inbreuk (mede) in dit arrondissement plaatsvindt en deze rechtbank dus relatief bevoegd is kennis te nemen van de in te leiden hoofdzaak.
☐ 1.11. De voorzieningenrechter is relatief bevoegd kennis te nemen van het verzoek om verlof tot het leggen van bewijsbeslag, monsterneming, beschrijving, beslag tot afgifte en/of verhaalsbeslag op grond van (artikel 1019c lid 1 jo.) artikel 700 lid 1 Rv nu een of meer van de betrokken zaken zich in dit arrondissement bevinden, dan wel, indien het beslag niet op zaken betrekking heeft, de gerekwestreerde of (een van) degene(n) onder wie het beslag gelegd wordt, in dit arrondissement woonplaats heeft.
☐ 1.12. Nu de voorzieningenrechter internationaal en/of relatief bevoegd is kennis te nemen van het verzoek op een van de voornoemde gronden, wordt tevens geacht bevoegdheid te bestaan voor de andere gronden in het verzoek en/of andere beslagobjecten waarop het verzoek betrekking heeft.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.