ECLI:NL:RBDHA:2026:22004
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- 26.43067
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn onzorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd en ten onrechte de overdrachtstermijn voor 3 jaar verlengd op grond van artikel 46, tweede lid, AMbV omdat verzoeker is ondergedoken. Zo is niet deugdelijk gemotiveerd dat daadwerkelijk sprake is geweest van onderduiken in de zin van de AMbV. Niet is gebleken dat verzoeker zijn meldplicht heeft gemist of dat hij op enige moment niet beschikbaar was voor bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteiten. Hierbij is ook van belang dat verzoeker op 8 juli 2026 (de dag voorafgaand aan de geplande overdracht op 9 juli 2026) per ambulance naar de Spoedeisende Eerste Hulp (SEH) is gebracht nadat hij een suïcidepoging had ondernomen door muizengif in te nemen. Verzoeker is vervolgens in de avonduren van 8 juli 2026 weer teruggebracht naar de noodopvanglocatie. Gezien deze omstandigheden verwijt verweerder hem ten onrechte dat, toen de DV&O op 9 juli 2026 in de nachtelijke uren bij verzoeker was om hem te vervoeren naar Schiphol, hij niet gereed stond maar op bed lag te slapen. Verzoeker lag onder invloed van medicatie op bed te herstellen en stond dus als gevolg van zijn medische situatie niet gereed voor de geplande overdracht. Verweerder heeft hiermee de buitengewone omstandigheden van dit bijzonder geval volkomen miskend en genegeerd. Het in bed liggen slapen en herstellen vanwege medische omstandigheden en daardoor niet gereed kunnen staan is immers niet hetzelfde als het in bed blijven liggen en niet gereed willen staan voor een geplande overdracht. Ook is in dit kader zeer opmerkelijk dat DT&V op het verlengingsformulier miskent dat er voor zover redelijkerwijs bekend geen medische omstandigheden zijn waardoor de verzoeker niet beschikbaar is voor vertrek en dat er geen sprake is van andere verschoonbare feiten of omstandigheden. Daarbij is ook het overgelegde patiëntendossier van verzoeker van belang waaruit naar voren komt dat op 5 juli 2026 de behandelende psychiater suïcidale uitingen heeft gemeld en de crisisdienst op 6 juli 2026 had geconcludeerd tot suïcidaliteit in kader van gedwongen uitzetting naar Frankrijk. Verder is redengevend dat verweerder op 21 juli 2026 heeft besloten om de overdrachtstermijn te verlengen, nadat DV&O op vrijdagochtend 17 juli 2026 een staandehouding van verzoeker wilde uitvoeren met het oogmerk om hem in bewaring te stellen voor een gedwongen overdracht aan Frankrijk, maar verzoeker op dat moment niet op de opvanglocatie werd aangetroffen. Dit kan echter niet dienen als feitelijke en juridische grondslag voor de verlenging van de overdrachtstermijn. Er bestaat voor verzoeker immers geen verplichting om zich 24 uur per dag op de opvanglocatie te bevinden en beschikbaar te houden voor de bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteiten. Dit zou namelijk een verkapte vrijheidsbeperkende maatregel impliceren. De enkele omstandigheid dat verzoeker op één bepaald moment niet aanwezig was rechtvaardigt niet de conclusie dat verzoeker niet beschikbaar is gebleven voor de bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteiten. Zeker nu verzoeker zijn meldplicht geen enkele keer heeft gemist.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.