ECLI:NL:RBDHA:2026:22392
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL25.58021
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Asiel - leeftijdsregistratie Griekenland - beroep ongegrond.
Uitspraak
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 30 oktober 2025 heeft de minister de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. De minister heeft een verblijfsvergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit voor zover dit de in het besluit vermelde geboortedatum betreft.
2.2.
De minister heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Eiser is hierbij bijgestaan door een tolk.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
3. De minister gaat uit van de geboortedatum van eiser die in Griekenland is geregistreerd, namelijk [geboortedatum 1] , en volgt eiser niet in zijn stelling dat zijn daadwerkelijke geboortedatum [geboortedatum 2] is.
De beroepsgronden
4. Eiser vindt dat de minister ten onrechte de in Griekenland geregistreerde geboortedatum aanhoudt. Ten onrechte wordt aan eiser tegengeworpen dat zijn verklaringen rondom de registratie van zijn naam en geboortedatum in Griekenland vaag en ontoereikend zijn. De minister gaat er namelijk aan voorbij dat eiser in Griekenland al ernstig ziek was en heeft zijn medische situatie onvoldoende in zijn beoordeling betrokken. Volgens eiser is het niet onaannemelijk dat de mensen met wie hij reisde zijn gegevens hebben doorgegeven en kan hem evenmin worden tegengeworpen dat hij zijn personalia tijdens het interview niet heeft aangepast. Eiser stelt zich daarnaast op het standpunt dat het asieldossier van de Griekse autoriteiten had moeten worden opgevraagd. Verder had de minister vanwege de uitzonderlijke medische situatie van eiser een leeftijdsonderzoek voor eiser moeten regelen.
Mocht de minister uitgaan van de geboortedatum die in Griekenland is geregistreerd?
5. De rechtbank overweegt dat het in beginsel aan de vreemdeling is om zijn identiteit, waaronder zijn geboortedatum, aannemelijk te maken. De minister moet een vreemdeling op grond van de samenwerkingsplicht in de bewijslast tegemoetkomen. Als de minister twijfels heeft over de minderjarigheid van een vreemdeling, dan geldt als vertrekpunt de presumptie van minderjarigheid. Het is dan aan de minister om dat vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Hij zal dan nader onderzoek moeten doen.
5.1.
De minister mag niet op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan van de juistheid van de leeftijdsregistratie in Griekenland. Wel mag de minister deze leeftijdsregistratie bij de beoordeling van de leeftijd betrekken en daaraan gewicht toekennen. Hij zal dan zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Daarbij zal hij zo mogelijk moeten toelichten waarop de leeftijdsregistratie is gebaseerd. Als aan een leeftijdsregistratie alleen een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, dan zal de minister moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring, omdat deze afwijking in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen. De minister zal steeds alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn. Daarbij moet de minister ook eventuele overgelegde bewijsmiddelen betrekken.
5.2.
De rechtbank overweegt dat eiser bij zijn asielaanvraag op 5 april 2024 in Nederland heeft opgegeven dat hij minderjarig is. Kort na deze aanvraag heeft er een leeftijdsschouw door medewerkers van de AVIM en door een medewerker van de IND plaatsgevonden. Hieruit volgde dat er twijfel is over de gestelde minderjarigheid. Er was daarnaast sprake van een Eurodac-treffer in Griekenland. De minister heeft vervolgens nadere informatie bij de Griekse autoriteiten opgevraagd. Uit deze informatie volgt dat eiser in Griekenland is geregistreerd onder een andere naam en een andere geboortedatum. Hij staat daar namelijk geregistreerd onder de naam [naam 2], geboren op [geboortedatum 1] . Ook blijkt uit deze informatie dat deze gegevens niet op een identiteitsdocument zijn gebaseerd en dat eiser op 9 februari 2024 internationale bescherming heeft verkregen. Hieruit kan worden afgeleid dat de registratie op verklaringen van eiser zijn gebaseerd. Tijdens de gehoren heeft de minister bij eiser geïnformeerd naar de omstandigheden waaronder de registratie tot stand is gekomen. Eiser heeft geen identificerend document overgelegd. Wel heeft hij een kopie van een doopcertificaat ingebracht. Op dit doopcertificaat, dat slechts voor de helft is ingevuld, ontbreekt een foto en er is ook geen datum van afgifte ingevuld. Het document kon daarom niet op echtheid worden gecontroleerd.
5.3.
De rechtbank overweegt dat de minister aldus is nagegaan waarop de Griekse autoriteiten de leeftijdsregistratie hebben gebaseerd en onder welke omstandigheden deze registratie tot stand is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister hiermee voldoende zorgvuldig onderzoek verricht. Er bestond - in het licht van het voorgaande - dan ook geen verplichting om nadere informatie, zoals de stukken van het asieldossier, bij de Griekse autoriteiten op te vragen of een leeftijdsonderzoek aan te bieden.
5.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarnaast deugdelijk gemotiveerd waarom hij uitgaat van de leeftijdsregistratie in Griekenland en waarom hij vindt dat eiser er niet in is geslaagd om een plausibele verklaring te geven voor de tegenstrijdige registratie. Daarbij heeft de minister niet alleen de betreffende registratie betrokken, maar ook andere feiten en omstandigheden, waaronder de overgelegde kopie van een doopcertificaat, meegewogen.
5.4.1.
De minister heeft hierbij niet ten onrechte betrokken dat hij de verklaringen van eiser over de gang van zaken in Griekenland rondom de registratie van zijn naam en geboortedatum vaag en ontoereikend vindt. Eiser heeft verklaard dat hij ziek was en dat anderen zijn naam en geboortedatum hebben opgegeven. De minister kon dit als niet aannemelijk beschouwen, omdat eiser zijn vingerafdrukken heeft afgestaan en asielaanvragen in persoon worden gedaan. De minister heeft het daarnaast niet ten onrechte niet aannemelijk gevonden dat anderen zijn asielaanvraag in Griekenland voor hem hebben gedaan, omdat in Griekenland een specifieke naam en geboortedatum is opgegeven. De opgegeven naam zou volgens eiser zijn bijnaam zijn die zijn reisgenoten voor hem hebben opgegeven. De achternaam verwijst naar de naam van zijn grootvader. Daarnaast is een specifieke geboortedatum opgegeven, namelijk [geboortedatum 1] . De minister kon eiser tegenwerpen dat het opgeven van een dergelijke specifieke naam en geboortedatum niet past bij zijn eerdere verklaring dat de reisgenoten hem niet kenden.
5.4.2.
Eiser heeft bovendien verklaard dat hij tijdens het doorlopen van de asielprocedure in Griekenland een interview heeft gehad met de Griekse autoriteiten. De minister kon eiser tegenwerpen dat hij op dat moment de mogelijkheid had om zijn personalia aan te passen, maar dat niet heeft gedaan.
5.4.3.
De minister heeft er verder niet ten onrechte op gewezen dat eiser over meerdere onderdelen die betrekking hebben op zijn gegevens en de gang van zaken in Griekenland wisselend heeft verklaard. Zo heeft hij bij zijn gehoor bij de AVIM verklaard dat hij zestien jaar oud was, terwijl hij volgens de door hem opgegeven geboortedatum op dat moment nog vijftien jaar oud zou zijn. Verder heeft hij tijdens dat gehoor verklaard dat hij in Griekenland geen documenten heeft gekregen, terwijl hij later tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard dat hij daar wel pasjes heeft gekregen, waarmee hij legaal naar Nederland is gereisd en dat hij deze pasjes vervolgens in Nederland is kwijtgeraakt. Ook heeft hij verklaard dat hij in Griekenland geen asiel heeft aangevraagd, terwijl de Griekse autoriteiten hebben aangegeven dat hij wel een asielaanvraag heeft gedaan en dat deze is ingewilligd. Tot slot heeft de minister de verklaringen over de soort opvang die hij heeft gehad bevreemdend en niet aannemelijk kunnen vinden. Eiser heeft namelijk eerst verklaard dat hij opvang heeft gehad voor minderjarigen, maar dat hem geadviseerd is om zich als meerderjarige te registreren om door te kunnen reizen. Kort hierna heeft eiser aangegeven dat er helemaal geen opvang voor minderjarigen was en dat ze allemaal in één opvang zaten.
5.4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank kon de minister daarom tot de conclusie komen dat eiser de gegevens wel zelf moet hebben opgegeven en dat hij, mede gelet op de duur die hij in Griekenland heeft verbleven en ondanks zijn ziekte, voldoende tijd had om zijn gegevens aan te passen. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij door bij hem aanwezige medische problemen niet in staat was om juiste gegevens door te geven of om deze op een later moment te corrigeren. Daarnaast kon de minister het door eiser overgelegde Eritrese doopcertificaat als niet indicatief beschouwen. Het gaat namelijk om een kopie en het document kan niet op echtheid worden onderzocht. Verder heeft het doopcertificaat geen foto en afgiftedatum en is het maar voor de helft ingevuld. Aan dit document kan dan ook niet de waarde worden gehecht die eiser daaraan gehecht wil zien.
5.5.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het besluit van de minister zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij uitgaat van de geboortedatum die in Griekenland is geregistreerd. Hierdoor heeft de minister het vermoeden dat eiser minderjarig is, ontzenuwd en kon hij uitgaan van de geboortedatum [geboortedatum 1] .
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.