Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBDHA:2026:22414

Rechtbank Den Haag

Uitspraak
8 juli 2026
Zaaknummer
NL24.23130 en NL23.32345
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak

Inhoudsindicatie

Eiser komt uit Turkije. Hij wil een verblijfsvergunning om in Nederland als ondernemer te kunnen werken. Vroeger kon hij naar Nederland komen om dat te regelen. Sinds 1 oktober 2022 geldt echter een nieuwe regeling. Vanaf die datum moeten Turkse staatsburgers eerst een ‘machtiging voor voorlopig verblijf’ (mvv) in Turkije aanvragen. Pas als ze die hebben gehad, kunnen ze naar Nederland komen en hier een verblijfsvergunning krijgen. Deze rechtbank en zittingsplaats is al eerder akkoord gegaan met de nieuwe regeling. Inmiddels heeft ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dit bevestigd. Eiser vindt toch dat deze nieuwe regeling in strijd is met de verdragen die Turkije en de Europese Unie hebben gesloten. Ook is die regeling volgens eiser in strijd met het discriminatieverbod. Eiser is daarom zonder mvv naar Nederland gekomen, is aan het werk gegaan en heeft een verblijfsvergunning aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Eiser is het er niet mee eens en heeft beroep ingesteld. Daarbij heeft eiser een aantal argumenten aangevoerd waarom de afwijzing onterecht zou zijn. Die argumenten leiden echter niet tot een andere conclusie. Dus heeft verweerder de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning kunnen afwijzen. Hij moet terug naar Turkije.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.