ECLI:NL:RBDHA:2026:22676
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- 26/1807
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
Inhoudsindicatie
Beroep ongegrond. Inreisverbod voor 2 jaar terecht door verweerder uitgevaardigd.
Uitspraak
Procesverloop
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser is het Schengengebied binnen gekomen met een Pools visum, geldig tot 28 september 2023. Eiser stelt op 12 september 2023 in Polen een nieuwe visumaanvraag te hebben ingediend, die op enig moment is afgewezen.
2.1.
Op 6 april 2025 was reeds aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser heeft de verplichting terug te keren naar Turkije, binnen een termijn van vier weken. Gebleken is dat eiser niet of niet langer rechtmatig in Nederland verblijft omdat hij bij binnenkomst niet heeft voldaan aan de verplichtingen waaraan hij bij grensoverschrijding is onderworpen. Eiser heeft namelijk geen geldig grensoverschrijdingsdocument, is daarmee niet op de voorgeschreven wijze Nederland binnengekomen, heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en beschikt niet over voldoende middelen van bestaan.
2.2.
Op 12 november 2025 heeft eiser zich gemeld op Schiphol met een temporary pasport. Eiser was in het bezit van een instapkaart voor een reis naar Turkije. De brigade grensbewaking heeft geconstateerd dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland. Eiser was in het bezit van een reisdocument dat was afgegeven in een Schengenlidstaat op 12 november 2025. In het document was geen Schengenvisum geplaatst en er was geen registreerde visumaanvraag op eisers naam bekend. Omdat de duur van de overschrijding van de vrije termijn niet kon worden vastgesteld, is deze aangemerkt als een overschrijding van de vrije termijn met meer dan 90 dagen.
2.3.
Op 12 november 2025 is aan eiser een voornemen bekend gemaakt om hem een inreisverbod op te leggen voor de duur van twee jaar, omdat eiser de vrije termijn heeft overschreden met meer dan drie maanden.
2.4.
Op 14 november 2025 is eiser teruggekeerd naar Turkije.
2.5.
Op 6 december 2025 heeft eiser zijn zienswijze gegeven op het voornemen.
2.6.
Met het bestreden besluit van 2 januari 2026 is aan eiser een inreisverbod opgelegd als bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Vw 2000 omdat de vrije termijn als bedoeld in artikel 3.3. van het Vb 2000 met meer dan drie maanden is overschreden en eiser Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten. Er is geen sprake meer van rechtmatig verblijf omdat de rechtmatigheid van het verblijf sinds het verlopen van het eerder aangebrachte Poolse visum in september 2023 niet aangetoond kan worden. Het inreisverbod geeft geen belemmering om nauw contact te onderhouden met de broer van eiser in Duitsland.
2.7.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.8.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser is niet verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.