ECLI:NL:RBDHA:2026:23129
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/710371 / KG RK 26-1162
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Wraking
Inhoudsindicatie
Wraking. In het algemeen geldt dat het optreden van een rechter in een eerdere procedure geen grond is voor wraking in een nieuwe procedure. Dat de rechter in een eerdere procedure waarbij verzoekers betrokken waren geen rekening zou hebben gehouden met een bepaalde gebeurtenis is, zonder een nadere onderbouwing, die ontbreekt, dan ook niet voldoende om te kunnen concluderen dat in de hoofdzaak sprake is van vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Daarom is het wrakingsverzoek voor zover op deze grond gebaseerd niet toewijsbaar. Verder zijn er door de gemachtigde van verzoekers in de huidige procedure geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd die naar het oordeel van de wrakingskamer een grond opleveren voor een gegronde wraking.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.