ECLI:NL:RBDHA:2026:23607
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/687534 / KG RK 26-1120
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Wraking
Inhoudsindicatie
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek gedaan in verband met de publicatie van een artikel over de behandeling van familierechtelijke zaken. Verzoeker is het niet eens met de inhoud van het artikel en benoemt als eerste wrakingsgrond dat de rechter zijn actieve medewerking heeft verleend aan publicatie zonder evenwichtige weergave, nu het verweer van verzoeker niet is opgenomen in het gepubliceerde artikel. Wel is opgenomen dat de rechter ter zitting heeft medegedeeld aan de wederpartij van verzoeker dat ‘u de erkenning die u zoekt niet van meneer krijgt, maar wel deels van mij’. Doordat de rechter de concepttekst voor publicatie op herleidbaarheid heeft mogen controleren, heeft hij actief bijgedragen aan de totstandkoming van een publicatie die nog onder zijn behandeling viel. Door mee te werken aan een publicatie die uitsluitend het rechterlijke oordeel over de beschuldigingen van de wederpartij van verzoeker weergeeft zonder evenwichtig weerwoord van verzoeker, heeft verweerder de schijn gewekt dat hij de positie van de wederpartij van verzoeker ondersteunt. De wrakingskamer stelt vast dat er voorafgaand aan de zitting in de hoofdzaak in de zittingszaal door de rechter toestemming is gevraagd aan partijen om hun medewerking te verlenen aan het artikel. Partijen hebben daarin toegestemd. In zijn algemeenheid geldt dat wanneer journalisten toestemming krijgen om de zitting bij te wonen en erover te schrijven, de rechtbank geen invloed heeft op welke informatie er precies voor het artikel wordt gebruikt. De rechter kan daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor welke informatie er uiteindelijk wordt gepubliceerd. Dit geldt ook voor de zaak van verzoeker. Als tweede wrakingsgrond benoemt verzoeker dat zijn zaak is geselecteerd op een kwalificatie die niet aan verzoeker is voorgehouden. Uit het artikel blijkt dat de zaak is geselecteerd omdat huiselijk geweld en intieme terreur mogelijk een rol zouden spelen. Deze kwalificatie is niet aan verzoeker voorgehouden. Verzoeker heeft zijn medewerking verleend, zonder te weten dat zijn zaak op deze grondslag was geselecteerd en als zodanig zou worden gepresenteerd. Indien hij dit had geweten, dan had hij zijn medewerking geweigerd. De selectiegrondslag toont aan dat de rechter de zaak reeds vóór de zitting in een bepaald kader heeft geplaatst, hetgeen de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid versterkt. De wrakingskamer merkt ten overvloede op dat het voor partijen in de hoofdzaak waarschijnlijk prettiger was geweest wanneer een verzoek om journalisten toe te laten op een voor hen zo belangrijke en emotionele zitting, al op een eerder moment aan hen was voorgelegd, en mogelijk op schrift. Of dat anders deze vraag nog buiten op de gang door een medewerker (bijvoorbeeld van communicatie) van de rechtbank aan partijen was gesteld, in plaats van partijen en hun advocaten daarmee op de zitting te overvallen, waarbij bovendien de gewenste toestemming op dat moment werd gevraagd door de rechter die vervolgens hun zaak ging behandelen. Dit kan evenwel niet leiden tot een gegrond wrakingsverzoek.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.