ECLI:NL:RBDHA:2026:23608
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.4347
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Asiel; AA; tolk; zorgvuldigheid. Eiser voert aan dat het besluit onzorgvuldig is, omdat eiser niet is gehoord met behulp van een tolk in het Gambiaans Mandinka, terwijl eiser daar wel op verschillende momenten in de procedure om heeft verzocht. Deze beroepsgrond slaagt. Dat eiser tijdens het aanmeldgehoor en het nader gehoor uiteindelijk geen problemen had met (of in ieder geval: geen probleem heeft gemaakt van) de vertaling door de door verweerder gebruikte tolk en dat ook niet uit de gang van zaken tijdens de gehoren is gebleken dat eiser en de tolk elkaar niet konden verstaan, neemt niet weg dat hij vanaf het begin op meerdere momenten tijdens de procedure heeft verzocht om te worden gehoord door een tolk Gambiaans Mandinka en op verschillende momenten heeft aangegeven dat het niet zijn voorkeur had om met deze tolk verder te gaan. Voor zover er geen beëdigd tolken Gambiaans Mandinka zijn, zoals verweerder stelt, vindt de rechtbank dat er een niet-beëdigde tolk had moeten worden ingezet. De hoofdregel is weliswaar dat verweerder uitsluitend gebruik maakt van beëdigde tolken en vertalers, maar verweerder kan daarvan afwijken als er vanwege de nodige spoed geen registertolk tijdig beschikbaar is (artikel 28, derde lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers). Dit betekent dat verweerder eiser aanvullend moet horen met een tolk Gambiaans Mandinka en een nieuw besluit moet nemen over de asielaanvraag van eiser. Beroep gegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.