ECLI:NL:RBDHA:2026:23885
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 23 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.48558
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie
Spoedpiket, vovo hangende beroep dan wel bezwaar artikel 64 Vw, geen spoedeisend belang omdat geen sprake is van gedwongen vertrek. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Uitspraak
Procesverloop
3. Verzoeker heeft op 8 november 2025 asiel aangevraagd in Nederland. Bij besluit van 30 maart 2026 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Bij uitspraak van 3 juni 2026 van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, is het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
4. Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan. Verder heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op 17 juni 2026 om 14.35 uur stond de overdracht van verzoeker aan Kroatië gepland door middel van een vlucht naar Zagreb. Bij uitspraak van 15 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter heeft daarbij de door verzoeker overgelegde medische brief van zijn behandelend psycholoog van 4 juni 2026 betrokken en voorlopig geoordeeld dat niet is gebleken dat een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de medische situatie van verzoeker voorzienbaar is.
5. Op 9 juni 2026 heeft de minister verzoeker in kennis gesteld van de vlucht van 17 juni 2026. Op 16 juni 2026 heeft verzoeker daarom bezwaar ingediend tegen de feitelijke uitzetting van 17 juni 2026 en wederom een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek is bij uitspraak van 16 juni 2026 door de voorzieningenrechter toegewezen met de motivering dat het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn verzet aanwezig te zijn, zwaarder weegt dan het belang van de minister om verzoeker daarvoor al over te dragen aan Kroatië. Met deze uitspraak is de uiterste overdrachtstermijn opgeschort.
6. Bij uitspraak van 7 juli 2026 heeft de rechtbank het verzet van verzoeker ongegrond verklaard. Het door verzoeker op 18 juni 2026 ingediende verzoek om een voorlopige voorziening is bij uitspraak van 7 juli 2026 afgewezen.
7. Op 30 juni 2026 heeft verzoeker verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), wat door de minister bij het (primaire) besluit van 30 juli 2026 is afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is door de voorzieningenrechter op 4 augustus 2026 afgewezen omdat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het bezwaar tegen het besluit van 30 juli 2026 geen redelijke kans van slagen heeft.
8. Op 30 juli 2026 heeft de minister een beslissing genomen op het bezwaar tegen de feitelijke overdracht van 17 juni 2026, waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.
9. Met de kennisgeving van 21 augustus 2026 is verzoeker meegedeeld dat hij op 24 augustus 2026 zal worden overgedragen aan Kroatië. Dit gebeurt om 08.15 uur door eerst met een vlucht naar München te reizen, waarna een aansluitende vlucht naar Zagreb volgt.
10. Op 22 augustus 2026 heeft verzoeker tegen de beslissing van 30 juli 2026 op het bezwaar tegen de feitelijke overdracht van 17 juni 2026 beroep ingediend. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen met het doel om de geplande overdracht naar Kroatië te voorkomen. De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoeker heeft op het verweerschrift gereageerd.
11. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat spoed dit vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. De voorzieningenrechter sluit daarom het onderzoek.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.