ECLI:NL:RBDHA:2026:23966
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.38574
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 3 juli 2024 en verweerder heeft hierop verweer gevoerd. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en stelt vast dat het beroep gegrond is. Omdat er nog geen besluit is genomen, legt de rechtbank het bestuursorgaan op binnen tien weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen. Dit is een aangepaste termijn, omdat verweerder al zes weken heeft gehad voor het besluit en nu nader onderzoek wil doen, waarvoor maximaal zestien weken is toegestaan. De rechtbank legt een dwangsom op van €250 per dag dat de nieuwe termijn wordt overschreden, met een maximum van €37.500. Dit vanwege het feit dat het nu het derde beroep betreft waarin de beslistermijn ruimschoots is overschreden. Verweerder wordt erop gewezen dat het aanvragen van gezinshereniging, hier voor negen kinderen, snel en zorgvuldig moet worden behandeld vanwege de belangen van het gezin en het EU-recht. Het uitblijven van een besluit ondanks eerdere rechterlijke uitspraken en zonder specifieke motivering wordt gezien als weigerachtigheid door het bestuursorgaan. Daarom is een sterke prikkel in de vorm van een dwangsom noodzakelijk. De rechtbank volgt hiermee het landelijke beleid en wijkt af van een eerdere aanbeveling van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.