ECLI:NL:RBDHA:2026:24886
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.9481
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Asiel, Jemen. De minister heeft zijn standpunt over de mate van willekeurig geweld in Taiz onvoldoende gemotiveerd.
Uitspraak
Procesverloop
2. Eiser heeft op 31 mei 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 februari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van eiser, A. Biada als tolk en de gemachtigde van de minister.
2.3.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser stelt van Jemenitische nationaliteit te zijn, afkomstig te zijn uit de provincie [provincie] en te zijn geboren op [geboortedatum] 1999. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft in Jemen vanwege politieke uitingen die hij op Facebook heeft geplaatst. Daarnaast stelt eiser dat hij niet kan terugkeren vanwege discriminatie en het kastesysteem. Verder heeft eiser aangevoerd dat hij bij terugkeer last kan ondervinden van gebeurtenissen die zijn familie in het verleden heeft ervaren.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst
2. Bedreiging en arrestatiebevel als gevolg van de politieke overtuiging
3. Discriminatie
4. Vrees voor terugkeer naar Jemen na een lange tijd in het buitenland en het Westen te hebben verbleven.
4.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Dat eiser vanuit een politieke overtuiging berichten heeft gepost op Facebook en dat hij als gevolg daarvan is bedreigd en dat er een arrestatiebevel tegen hem is uitgevaardigd, vindt de minister niet geloofwaardig. Ook de discriminatie vanwege het beroep van een ver familielid en de gestelde wraakproblemen van eisers familie zijn volgens de minister niet geloofwaardig. De discriminatie vanwege de etniciteit en de vrees voor terugkeer naar Jemen na een lange tijd in het buitenland en het Westen te hebben verbleven heeft de minister niet beoordeeld op geloofwaardigheid, omdat het enkel ziet op toekomstige vrees. De minister stelt zich op het standpunt dat eiser deze vrees ook niet aannemelijk heeft gemaakt. Verder heeft de minister erop gewezen dat voor Jemen wordt aangenomen dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincie [provincie] en stelt de minister dat er verder geen concrete indicaties zijn dat er in eisers geval een grotere kans bestaat dan bij andere burgers dat hij bij terugkeer slachtoffer wordt van willekeurig geweld door het gewapende conflict. De minister wijst de asielaanvraag van eiser daarom af als ongegrond en legt aan eiser een terugkeerbesluit op.
Medische situatie
5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister in de beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn medische situatie (mentale toestand). Dat hier tijdens het gehoor voldoende aandacht voor is geweest, neemt niet weg dat de minister hier tijdens de beslissing ook rekening mee moet houden en zich af moet vragen of bepaalde tegenstrijdigheden gelet op zijn mentale conditie aan eiser mogen worden tegengeworpen. Volgens eiser is het bestreden besluit onzorgvuldig, doordat hier geen rekening mee is gehouden.
5.1.
Uit het medisch advies van medTadvies blijkt dat eiser gehoord kon worden, maar dat er sprake was van bijzonderheden. Eiser had namelijk aangegeven vermoeidheidsklachten te ervaren door verminderd slapen en piekeren. Zoals eiser erkent, is in het Nader gehoor rekening gehouden met deze bijzonderheden. In beroep heeft eiser nog een medisch journaal overgelegd. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat hiermee niet objectief en concreet is onderbouwd dat eiser vanwege zijn medische situatie niet consistent heeft kunnen verklaren. Uit het journaal blijkt niet dat dit door een arts of andere deskundige is vastgesteld. Ter zitting heeft eiser bovendien verklaard niet onder behandeling te zijn, behalve dat hij slaappillen gebruikt. De beroepsgrond slaagt niet.
Bedreiging en arrestatiebevel als gevolg van de politieke overtuiging
6. De minister stelt zich op het standpunt dat het niet geloofwaardig is dat eiser is bedreigd en dat er een arrestatiebevel tegen hem is uitgevaardigd als gevolg van berichten die eiser vanuit een politieke overtuiging op Facebook heeft gepost. De minister legt hieraan ten grondslag dat eiser geen inspanningen heeft verricht om het arrestatiebevel te verkrijgen en dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser heeft namelijk niet aangetoond dat hij kritiek heeft geuit op Facebook en heeft ook vaag en summier verklaard over de kritiek die hij zou hebben geuit. Daarnaast heeft eiser tegenstrijdig verklaard over zijn account met de naam [naam] . De minister concludeert op basis van eisers verklaringen dat er geen sprake is van een politieke overtuiging. Ten aanzien van de bedreigingen en het arrestatiebevel stelt de minister verder dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de bedreigingen, dat de overgelegde gestelde bedreiging geen bedreiging is en dat eiser summier heeft verklaard over de inhoud van het arrestatiebevel.
6.1.
Volgens eiser heeft de minister ten onrechte aan hem tegengeworpen dat hij geen inspanningen heeft verricht om aan het arrestatiebevel te komen. De minister heeft niet gemotiveerd op welke wijze eiser dit had kunnen doen. Eiser heeft met niemand in Jemen contact en is al langer dan tien jaar geleden vertrokken. Daarnaast stelt eiser dat er verwarring is ontstaan over de blokkering of opheffing van zijn Facebookaccounts. In het beroepschrift heeft eiser toegelicht dat hij in 2023 is gestopt met het publiceren op het account met de naam [naam] ( [naam] ) en dat zijn oorspronkelijke Facebookaccount onder zijn echte naam is gehackt en tot op heden is geblokkeerd. Eiser stelt ook dat de minister ten onrechte niet heeft betrokken dat hij eerder meerdere keren heeft vastgezeten en dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij niet zou hebben vastgezeten vanwege zijn kritische uitlatingen, zoals hij heeft verklaard. Verder stelt eiser dat uit spraakberichten, die hij niet kan openen, blijkt dat de tekstberichten wel degelijk bedreigingen zijn. De minister heeft dit asielmotief, volgens eiser, dan ook ten onrechte niet geloofwaardig gevonden.
6.2.
De rechtbank stelt vast dat eiser over het arrestatiebevel het volgende heeft verklaard. Eisers oom in Jemen heeft een bevel voor eisers arrest ontvangen, dat hij naar de vader van eiser heeft gestuurd. Eiser heeft zelf geen aandacht gegeven aan de brief. Eiser heeft desgevraagd ook verklaard geen navraag te hebben gedaan bij zijn oom om de brief te verkrijgen, omdat hij geen contact heeft met zijn oom. Via zijn vader heeft hij van de brief gehoord. Uit het Nader gehoor blijkt dat eiser geen inspanningen heeft verricht om aan het gestelde arrestatiebevel te komen, terwijl eiser, onder andere tijdens het aanmeldgehoor, is gewezen op het belang van documenten waarmee hij zijn asielmotief kan onderbouwen. Ook nadien heeft eiser geen inspanningen verricht op dit punt. De redenen die eiser hiervoor geeft heeft de minister terecht niet als verschoonbare redenen aangemerkt. Dat eiser geen enkele inspanning heeft verricht om aan het arrestatiebevel te komen, mag de minister daarom tegenwerpen. Daarnaast heeft eiser wisselend verklaard over het Facebookaccount met de naam [naam] . Eiser heeft in het nader gehoor namelijk verklaard dat het account niet geblokkeerd is en nog actief is, daarna verklaart hij dat hij is gestopt met het plaatsen van dingen op dat account omdat hij het wachtwoord is vergeten en later verklaart hij dat hij het account zelf heeft beëindigd en stopgezet. De minister heeft dit tegenstrijdig mogen vinden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister ook kunnen stellen dat het door eiser overgelegde screenshot met tekstberichten geen concrete bedreiging bevat. Uit de vertaling blijkt dat iemand vraagt waar eiser is, of eiser manuscripten kan bekijken en bij eiser aandringt om te zeggen waar hij is. Hieruit blijkt niet dat eiser wordt bedreigd. Verder is ook niet gebleken dat eisers detentie in Saudi Arabië verband houdt met zijn gestelde activiteiten of zijn asielmotieven.
6.3.
Gelet op het voorgaande heeft de minister kunnen concluderen dat het niet geloofwaardig is dat eiser vanuit een politieke overtuiging berichten heeft gepost op Facebook en dat hij als gevolg daarvan is bedreigd en dat er een arrestatiebevel tegen hem is uitgevaardigd. De beroepsgrond slaagt niet.
Terugkeer uit het Westen
7. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Jemen vanwege zijn jarenlange verblijf als jongeman in het Westen, geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van hetEVRM. Eiser wijst er in dat kader op dat er een bron is die zegt dat elke Jemeniet die banden heeft met het Westen ervan beschuldigd kan worden een verrader te zijn in de door de Houthi's gecontroleerde gebieden en een andere bron die zegt dat elke teruggekeerde Jemeniet met wantrouwen kan worden bekeken.
7.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn verblijf in (Saudi-Arabië en/of) het Westen, bij een terugkeer naar Jemen een reëel risico op ernstige schade loopt. Uit de landeninformatie blijkt dat er niet veel concrete informatie beschikbaar is over uitgeprocedeerde asielzoekers die zijn teruggekeerd, maar ook dat er Jemenitische migranten zijn met buitenlandse paspoorten die regelmatig terugkeerden naar Jemen voor tijdelijke bezoeken. Daarnaast is niet gebleken dat eiser in de negatieve belangstelling staat van de verschillende autoriteiten in Jemen of dat bekend is dat eiser in Saudi-Arabië heeft verbleven of dat eiser duidelijke banden zou hebben met het Westen. De beroepsgrond slaagt niet.
Willekeurig geweld in het kader van 15c van de Kwalificatierichtlijn
8. Volgens eiser heeft de minister niet inzichtelijk gemaakt waarom in [provincie] geen sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld. De rechtbank heeft partijen in dat kader voorafgaand aan de zitting gewezen op de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 7 mei 2026. In deze uitspraak heeft deze rechtbank en zittingsplaats overwogen dat de minister in het nieuwe landenbeleid Jemen geen duidelijke verklaring voor de verschillen tussen de provincies in dezelfde groep heeft kunnen geven en de slechte humanitaire situatie in Jemen onvoldoende in de beoordeling heeft betrokken. Gezien het ontbreken in het landenbeleid van een specifieke beoordeling per provincie in combinatie met de geconstateerde verschillen tussen de afzonderlijke provincies in dezelfde groep wat betreft de veiligheidssituatie, heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister zijn standpunt over de mate van willekeurig geweld in [provincie] onvoldoende heeft gemotiveerd.
9. De minister heeft hierop gereageerd in het verweerschrift van 10 juni 2026. Hierin geeft de minister een weergave van de situatie tijdens de verslagperiode van het Algemeen Ambtsbericht Jemen van april 2025, de actuele veiligheidssituatie en de humanitaire omstandigheden. Daarbij geeft de minister geen inzicht in waarom voor [provincie] , ondanks de substantiële verschillen met de andere provincies in dezelfde groep, dezelfde mate van willekeurig geweld wordt aangenomen. De gemachtigde van de minister heeft ter zitting nader toegelicht dat de huidige situatie onder andere is bekeken ten opzichte van de situatie ten tijde van het beleid waarbij wel werd uitgegaan van het meest uitzonderlijke niveau van geweld. De veiligheidssituatie destijds was vele malen erger dan nu, aldus de minister.
10. De rechtbank ziet in wat de minister in het verweerschrift en op de zitting heeft aangevoerd geen reden om in dit geval anders te oordelen dan in de uitspraak van 7 mei 2026 is gedaan. De stelling van de minister dat het aantal slachtoffers ten opzichte van de burgerbevolking laag is, is ook onvoldoende om tot een ander oordeel te leiden. Dit betekent dat het bestreden besluit op dit punt onvoldoende is gemotiveerd. De beroepsgrond van eiser slaagt.
10.1.
Wat eiser in het kader van zijn beroep op artikel 15c nog heeft aangevoerd over zijn individuele omstandigheden, behoeft daarom geen bespreking meer. De rechtbank zal de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand laten. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.