ECLI:NL:RBDHA:2026:24950
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL25.48696
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Uit artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw, volgt dat de minister een asielaanvraag buiten behandeling kan stellen als de vreemdeling is verdwenen of zonder toestemming is vertrokken en toerekenbaar niet binnen een gestelde termijn van twee weken contact heeft opgenomen met de bevoegde autoriteiten. Gebleken is dat eiseres in Duitsland verblijft. Niet is gebleken dat eiseres contact heeft opgenomen met de autoriteiten, ondanks dat zij aangeeft nog steeds bescherming te willen. De rechtbank is van oordeel dat de claim in van de Duitse autoriteiten en het indienen van de zienswijze onvoldoende is om te concluderen dat eiseres contact onderhoudt met de autoriteiten. De minister heeft de asielaanvraag terecht buiten behandeling gesteld. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.