1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 5 november 2025 te Zevenaar,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan [aangever] en/of de firma [bedrijf] , in elkgeval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [aangever] voornoemd, gepleegd met het oogmerk omdie diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door gemaskerd met gezichtsbedekking en/of een helm en/of ingetapete polsenen/of handschoenen dragend en/of bewapend met een vuurwapen, althans een opeen vuurwapen gelijkend voorwerp en/of met pepperspray en/of een hamer diejuwelierszaak binnen te gaan en/of die [aangever] voornoemd te sprayen met diepepperspray en/of door dreigend dat vuurwapen te richten op, althans te tonen aandie [aangever] voornoemd en/of door de vitrines waarin de sieraden ten toon gesteldlagen kapot te slaan met die hamer en/of door die [aangever] voornoemd te slaan en/ofte duwen waardoor deze ten val is gekomen;
2.hij op of omstreeks 5 november 2025 te Zevenaar,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,te weten een getransformeerde alarmrevolver, van het merk Olympic 38, kaliber .22long rifle en/of bijbehorende munitie,te weten 4 kogelpatronen van het kaliber .22 long rifle,zijnde de alarmrevolver een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/ofpistool,voorhanden heeft gehad;
3.hij op of omstreeks 5 november 2025 te Zevenaar,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie,te weten pepperspray,zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige,verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffenheeft gedragen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Hij heeft daarbij opgemerkt dat niet kan worden bewezen dat de juwelier met de hamer op het hoofd is geslagen en heeft de rechtbank gevraagd verdachte vrij te spreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 64 – 66;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2026.
De rechtbank overweegt het volgende over deze onderdelen van de tenlastelegging:
het dreigend richten van het vuurwapen op [aangever] of te tonen;
en het slaan van [aangever] .
Deze handelingen blijken onvoldoende uit het dossier. De rechtbank spreekt verdachte daarom wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs vrij van deze onderdelen.
Feit 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] ), p. 87 - 89;
- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 108 – 109;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2026.
Feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte op enig moment het aangetroffen busje pepperspray in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank spreekt verdachte daarom van dit feit vrij.