ECLI:NL:RBGEL:2026:5654
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 05/381290-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
een maand gevangenisstraf voor dreigen met een mes en vernieling
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 29 november 2024 te Arnhem [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die voornoemde [aangever 1] opzettelijk dreigend een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of voor te houden en/of (rennend) met dat mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van voornoemde [aangever 1] te wijzen en/of te zwaaien en/of (daarbij) stekende bewegingen te maken.
2.hij op of omstreeks 29 november 2024 te Arnhem opzettelijk en wederrechtelijk een werkbus (Renault Master), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit omdat er onvoldoende betrouwbare bewijsmiddelen in het dossier zitten om tot een vaststelling van het tenlastegelegde te komen. Verdachte ontkent beide feiten te hebben gepleegd. Er zijn geen onafhankelijke getuigen van de feitelijkheden en ze zijn niet op de camerabeelden te zien. Het mes is niet bemonsterd op verfschilfers. Beide aangevers zijn broers van verdachte. Zij hebben geen goede band met hem en waren boos op hem. Daarnaast duidt het gedrag wat zij zelf laten zien niet op angst.
Beoordeling door de rechtbank
Op 29 november 2024 heeft [aangever 1] aangifte gedaan en een klacht ingediend bij de hulpofficier van justitie. Hij heeft verklaard dat hij al een tijd een conflict heeft met zijn broer, verdachte, over de ketting van hun overleden opa. Op 29 november werd [aangever 1] gebeld door verdachte. Verdachte zei tegen [aangever 1] dat hij voor zijn woning stond. Vervolgens zei verdachte: “ik steek je dood” en “ik ben bij [adres] en ik steekje lek”. Even later belde verdachte weer naar [aangever 1] . Toen zei hij “kom naar [adres] . Ik ben de duivel en ik steek je neer.” [aangever 1] zat op dat moment in de bus met zijn andere broer, [aangever 2] . Zij besloten om naar de [adres] , waar verdachte woont, te rijden. Toen zij op de kruising van [adres] met de [adres] reden, zagen zij verdachte al staan. Verdachte haalde vervolgens een groot mes tevoorschijn. Het mes leek op een vleesmes en was ongeveer 30 centimeter. [aangever 1] wilde aan de bijrijderszijde van de bus uitstappen. Verdachte kwam toen hard zijn kant op rennen en maakte hierbij direct stekende bewegingen in de richting van [aangever 1] . Hij probeerde 3 à 4 keer op [aangever 1] in te steken. Verdachte stond op dat moment recht voor [aangever 1] . Er zat nog geen halve meter tussen hen in. [aangever 1] heeft verdachte van zich afgeduwd met zijn rechter been en vervolgens de deur van de bus gesloten. Verdachte bleef doorsteken op dat moment. [aangever 1] is erg geschrokken en was bang om dood te gaan.
[aangever 2] heeft op 29 november 2024 ook een verklaring afgelegd Hij heeft verklaard dat hij samen met zijn broertje [aangever 1] onderweg was naar hun andere broertje, verdachte. [aangever 1] en verdachte hadden al een tijd een conflict met elkaar. [aangever 2] kende het verleden van verdachte en [aangever 1] , dus is hij als oudere broer meegegaan zodat het niet uit de hand zou lopen. [aangever 2] is met [aangever 1] in zijn werkbus, een Renault Master, naar de woning van verdachte aan de [adres] gereden. Toen zij over [adres] kwamen aanrijden, zagen zij verdachte al staan. Verdachte kwam op hen afgerend. Hij rende naar de bijrijderskant van de bus met een mes in zijn linkerhand. [aangever 2] is toen weggereden. Een stukje verderop is hij weer gestopt. Verdachte kwam toen weer naar hen toegerend. Verdachte maakte de bijrijdersdeur open. Verdachte begon op dat moment bijna direct stekende bewegingen te maken in de richting van [aangever 1] . Verdachte zei “ik maak je dood” en “ik maak je af”. Het mes was ongeveer 30 centimeter lang. Nadat de situatie onder controle was, stapte [aangever 2] uit en zag hij op verschillende plekken op zijn bus schade. Deze schade had hij voor het incident nog niet. De schade zit op het raam aan de bijrijderskant en op de zwarte lak.
Op de foto’s die bij de aangifte zijn gevoegd zijn diverse beschadigingen/krassen te zien aan de bijrijderskant van de bestelbus.
De camerabeelden van Cafetaria Dolfijn, gelegen aan [adres] in Arnhem, zijn uitgekeken en door de verbalisanten beschreven. Bij 52 seconden is te zien dat verdachte naar zijn broeksband reikt en een mes trekt. Hetzelfde moment komt er een zwarte bedrijfsbus in beeld rijden. In de bus zitten twee mannen. Te zien is hoe verdachte achter de bus aanrent. Hij haalt daarbij met opgeheven rechterarm uit naar de achterzijde van de bus. Hij haalt de bus in en gaat aan de rechterzijde van de bus rennen met het mes nog in zijn hand. Verdachte en de bus verdwijnen uit beeld. Bij minuut 1.45 komt verdachte weer in beeld. Hij heeft het mes nog steeds in zijn hand. Hij zwaait druk heen en weer en maakt steekbewegingen met het mes.
De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [aangever 1] en [aangever 2] omdat deze verklaringen met elkaar overeenkomen en worden ondersteund door de beelden van [adres] , waarop verdachte met een mes in zijn hand naar de bus rent en met het mes in zijn hand terug in beeld komt en de foto’s van de schade en krassen aan de bijrijderszijde van de bestelbus
De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide ten laste gelegde feiten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.