1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 februari 2025 tot en met 14 juni 2025 te [plaats] en/of Barneveld, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door:
die [aangever] (veelvuldig) berichten te sturen via internet en/of social media (Pinterest en/of Facebook Messenger en/of andere apps/platforms) en/of
die [aangever] (veelvuldig) e-mails te sturen en/of
die [aangever] (veelvuldig) cadeaus toe sturen naar het woonadres van die [aangever] en/of
aan die [aangever] kenbaar te maken dat hij, verdachte, het woonadres en/of de naam van een vriendin van die [aangever] heeft achterhaald en/of een bericht te sturen met de tekst (zakelijk weergegeven): “every breath you take I was watching you” en/of
meermalen aan die [aangever] kenbaar te maken dat hij, verdachte, op of omstreeks 14 juni 2025 naar de woning van die [aangever] komt en/of
(vervolgens) op of omstreeks 14 juni 2025 naar de woonplaats van die [aangever] te gaan,
met het oogmerk die [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde belaging.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit bewezen kan worden.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 22 februari 2025, p. 352-353;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 6 maart 2025, p. 367;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 11 juni 2025, p. 18-22 (incl. bijlagen t/m p. 114);
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 321
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 juli 2026.
Deelvrijspraak voor vrees aanjagen
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte niet het oogmerk gehad om [aangever] vrees aan te jagen. Er zijn geen bedreigingen geuit en niet is gebleken dat de verdachte iets anders beoogde dan in contact te komen met haar. De rechtbank zal verdachte hiervan partieel vrijspreken.