ECLI:NL:RBGEL:2026:5895
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- 05/040171-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Verdachte veroordeelt voor bezit, verspreiden en verwerven van kinderporno. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 8 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uur.
Uitspraak
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 13 november 2023 tot en met 24 september 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 13 november 2023 tot en met 30 juni 2024) een of meer afbeeldingen en/of – gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 september 2024) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten een of meerdere tablet(s) (merk Samsung), waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of voorwerp
en/of
het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger, hand en/of voorwerp, door die persoon
(afbeeldingsnummers 1 en 2 in toonmap)
en/of
het geslachtsdeel van die persoon met een mond en/of tong wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger en/of hand wordt/worden aangeraakt door die persoon
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger, hand en/of voorwerp aanraakt
(afbeeldingsnummer 3 in toonmap)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een of meerdere voorwerpen en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingsnummers 4 tot en met 9 in toonmap)
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden
(afbeeldingsnummer 10 in toonmap)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit, meer specifiek het een gewoonte maken van het verwerven, in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is – met uitzondering van het bestanddeel ‘een gewoonte maken’ – sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, inclusief bijlagen, p. 26 t/m 42;
- het proces-verbaal van bevindingen, nummer ONRBD24021-43, van 12 maart 2026, inclusief bijlage, p. 1-6 (apart proces-verbaal);
- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 juli 2026.
Een gewoonte maken
Over het ten laste gelegde ‘een gewoonte maken’ overweegt de rechtbank als volgt.
Uit het dossier blijkt dat bij verdachte op twee gegevensdragers in totaal ten minste 12.824 foto’s en vier video’s zijn gevonden die als kinderpornografisch materiaal kunnen worden gekwalificeerd. Bovendien heeft verdachte bekend gedurende de gehele tenlastegelegde periode deze afbeeldingen te hebben gedownload of geopend en vervolgens te hebben bekeken. Op piekmomenten betrof dit zelfs meerdere malen per week. Tot slot heeft verdachte ter terechtzitting verklaard – hoewel dit niet ten laste is gelegd – dat hij zich in totaal al tien jaar bezighield met het bekijken van kinderporno.
Gelet op de duur van de tenlastegelegde periode, de frequentie waarmee verdachte het materiaal downloadde en bekeek en de grote hoeveelheid strafbaar materiaal die is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat het bestanddeel ‘een gewoonte maken’ wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.