ECLI:NL:RBGEL:2026:6204
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 31 juli 2026
- Zaaknummer
- 05/127318-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank spreekt verdachte vrij van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling in vereniging met voorbedachten rade en de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. De rechtbank ziet onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het handelen met voorbedachten rade dan wel de opzet van de verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel - ook niet in voorwaardelijke zin. Niet kon worden vastgesteld dat de medeverdachte geweld heeft gepleegd of dat hij het gepleegde geweld anderszins heeft ondersteund. De getuigenverklaringen, die op een andere toedracht duiden, leiden niet tot een ander oordeel, omdat beide verklaringen van het bewijs moeten worden uitgesloten. Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.