1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 23 november 2025 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wijchenseweg, terwijl ter hoogte van de kruising Wijchenseweg/Viaductweg de verkeerslichten rood licht uitstraalden, inhoudende: “Stop”,
- haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voornoemd reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door haar bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voornoemd reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Wijchenseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement zonder te stoppen door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Viaductweg) of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een fiets niet voor heeft laten gaan en/of
- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met voornoemde fietser,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 23 november 2025 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wijchenseweg, terwijl ter hoogte van de kruising Wijchenseweg/Viaductweg de verkeerslichten rood licht uitstraalden, inhoudende: “Stop”,
- haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voornoemd reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door haar bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voornoemd reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Wijchenseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement zonder te stoppen door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Viaductweg) of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een fiets niet voor heeft laten gaan en/of
- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met voornoemde fietser,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 23 november 2025 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Wijchenseweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor haar rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Volgens de officier van justitie is sprake van aanmerkelijke schuld van verdachte aan het verkeersongeval. [slachtoffer] heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit. Volgens de raadsman heeft verdachte niet aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend gehandeld. Zij reed, voordat ze stopte voor het verkeerslicht, juist met een lage snelheid en had geen haast. Zij heeft zich toen vergist, dacht dat het groen was geworden, en daardoor een verkeersfout gemaakt. Het enkele rijden door rood levert geen overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet (WVW) op.
De raadsman heeft zich ten aanzien van het (meer) subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Het verkeersongeval
Op 23 november 2025 heeft op de kruising van de Wijchenseweg en de Viaductweg in Nijmegen een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij een personenauto met verdachte als bestuurder en een fietser, [slachtoffer] betrokken waren. [slachtoffer] heeft als gevolg van dit ongeval onder meer een gebroken bekken en een gebroken ruggenwervel opgelopen. Het herstel hiervan was in januari 2026 nog verre van volledig en het slachtoffer ondervond nog veel beperkingen hiervan.
Getuigenverklaringen
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 23 november 2025 omstreeks 14.48 uur met zijn vrouw in de auto op de Wijchenseweg in Nijmegen in de richting van Wijchen reed. Zij moesten stoppen voor het rode verkeerslicht. Voor hen stond een zwarte Opel. Dit was de eerste auto voor het verkeerslicht. Zij stonden ongeveer 30 seconden stil toen de auto voor hen stapvoets naar voren reed. Volgens de getuige was het verkeerslicht nog rood. [getuige 1] zag een fietser vanaf de linkerzijde fietsen op het fietspad en de weg oversteken. De fietser probeerde de Opel naar links te ontwijken, maar de botsing was onvermijdelijk. De fietser werd vanaf de rechterkant door de auto geraakt werd en kwam ten val.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij vooraan stond bij het verkeerslicht. Het verkeerslicht was rood. De auto die naast hem stond begon ineens te rijden terwijl het rood was. Een fietser kwam langzaam fietsend van links over het fietspad. Deze auto schepte de fietser en die kwam op de motorkap en tegen de voorruit van de auto terecht. Vervolgens viel hij er weer af. De auto remde pas nadat de fietser was geraakt. Getuige [getuige 2] zag dat het verkeerslicht op het moment van de aanrijding nog steeds rood was.
Verklaring van verdachte
Verdachte heeft verklaard dat zij vanaf de McDonalds kwam en op de Wijchenseweg in Nijmegen in de zwarte Opel van haar vader reed. Zij had geen haast en stopte voor het rode verkeerslicht bij het kruispunt. Verdachte wist niet meer hoe lang het op rood stond. Achter en naast haar stonden nog andere auto's. Zij stond op de rechterbaan. Het verkeerslicht werd volgens haar groen. Zij trok toen rustig op. Zij zag de fietser pas op het moment van de botsing en remde toen. Uitwijken was niet meer mogelijk.
Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994
Of er sprake is van ‘schuld’ in de zin van artikel 6 van de WVW hangt af van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding of verkeersfout voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Daarvoor zijn immers verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Voorts verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Van schuld in de zin van dit artikel is pas sprake in het geval van een op zijn minst aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Het moet gaan om méér dan een moment van onoplettendheid.
Op grond van de bovengenoemde getuigenverklaringen stelt de rechtbank vast dat het verkeerslicht nog op rood stond toen verdachte optrok. Hoewel verdachte dat kennelijk anders heeft gezien, bestaat hierover in redelijkheid geen twijfel. Het enkele negeren van het rode verkeerslicht levert volgens de rechtbank niet op dat sprake is van een enkel moment van onoplettendheid. Van iedere bestuurder mag worden verwacht dat deze anticipeert op komende verkeerssituaties en voortdurend (geestelijk en lichamelijk) in staat is het voertuig onder controle te houden om veilig aan het verkeer deel te nemen en om de daarvoor benodigde verkeershandelingen te verrichten. Dat brengt mee dat ook bij het optrekken bij groen licht vlak voor een fietspad mag worden verwacht dat de bestuurder kijkt of er geen verkeer aankomt over dit fietspad. Verdachte is hierin tekort geschoten. Zij is opgetrokken zonder te letten op het overige verkeer in de veronderstelling dat het verkeerslicht groen was en de weg vrij zou zijn. Van een voorzichtige en zorgvuldige verkeersdeelnemer mag echter meer worden verwacht in zo’n situatie. De andere verkeersdeelnemers rondom haar zagen de fietser wel aankomen en verdachte had hem daarom ook kunnen en moeten zien. Nu niet enkel sprake is van een vergissing die heeft geleid tot het rijden door rood, maar ook van niet kijken naar het overige verkeer voordat verdachte optrok, is sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam verkeersgedrag en daarmee van schuld aan het ontstane verkeersongeval, zoals bedoeld in artikel 6 WVW.
Letsel
De rechtbank overweegt dat voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel van belang zijn. De rechtbank is van oordeel dat het letsel zoals dat blijkt uit de medische verklaring en mede gelet op de gevolgen van het letsel en de lange duur van het herstel ervan als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde kan worden bewezen dat verdachte een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.