ECLI:NL:RBGEL:2026:6272
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- AWB 24/5725
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
WOZ-zaak. Gemachtigde mr. Vugts. Niet-ontvankelijkverklaring wegens gebrek aan belang bij het gevraagde dwangsombesluit.
Uitspraak
Procesverloop en feiten
1. Op naam van belanghebbende is voor de woning aan het [adres] in [plaatsnaam] op 31 januari 2023 een WOZ-beschikking ter hoogte van € 457.000 vastgesteld voor het belastingjaar 2023, met waardepeildatum 1 januari 2022.
2. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij brief van 25 januari 2024 in gebreke gesteld voor wat betreft het uitblijven van een uitspraak op bezwaar over deze WOZ-beschikking.
3. De heffingsambtenaar heeft bij brief van 31 januari 2024 op deze ingebrekestelling gereageerd met de mededeling dat deze niet in behandeling wordt genomen, omdat geen bezwaar is ontvangen voor deze WOZ-beschikking.
4. Vervolgens heeft belanghebbende op 12 maart 2024 beroep bij de rechtbank ingesteld. Het beroep richt zich uitsluitend tegen het uitblijven van een besluit over de dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit. In het beroepschrift wordt niet gevraagd om alsnog een uitspraak op bezwaar te doen, maar alleen om het toekennen van een dwangsom, een proceskostenvergoeding en een vergoeding voor immateriële schade.
5. Bij het beroepschrift is een bezwaarschrift gevoegd met datering 5 april 2023. Het bezwaarschrift is gericht aan het postadres van de heffingsambtenaar.
6. In het verweerschrift heeft de heffingsambtenaar aangevoerd dat hij geen bezwaarschrift heeft ontvangen betreffende de WOZ-beschikking van de woning aan het [adres] , niet digitaal en niet per post. Daarbij heeft hij erop gewezen dat in 2023 van dezelfde gemachtigde wel 13 digitaal ingediende bezwaren over andere objecten zijn ontvangen, die ook zijn behandeld. Verder heeft de heffingsambtenaar erop gewezen dat als wel een bezwaarschrift zou zijn ontvangen rond de datum van dagtekening van de door belanghebbende overgelegde bezwaarbrief, dit bezwaar niet-ontvankelijk zou zijn verklaard omdat het dan te laat zou zijn ingediend.
7. De rechtbank heeft de gemachtigde van belanghebbende bij digitaal bericht van 8 mei 2026 gevraagd om te reageren op het verweerschrift en om aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift is verstuurd en door de heffingsambtenaar moet zijn ontvangen.
8. In reactie hierop heeft de gemachtigde op 14 mei 2026 een print screen overgelegd van het e-mailbericht waarmee het bezwaarschrift zou zijn ingediend. Daarop is te zien dat de e-mail gericht is aan gemeente@doetinchem.nl. Verder heeft gemachtigde daarbij gevoegd een print screen van het auditspoor van deze e-mail. Volgens gemachtigde blijkt hieruit dat de e-mail is verzonden en ook is ontvangen en gelezen door de heffingsambtenaar op 5 en 6 april 2023. Ook heeft gemachtigde op 20 mei 2026 een (alsnog geanonimiseerde) uitspraak overgelegd van de rechtbank Midden-Nederland in een zaak die volgens gemachtigde vergelijkbaar is en waarin dit auditspoor als bewijs van verzending en ontvangst is geaccepteerd. De tweede pagina van deze uitspraak ontbreekt.
9. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar gevraagd om te reageren op de stukken van gemachtigde van 14 en 20 mei 2026. De heffingsambtenaar heeft er in reactie hierop mee volstaan te verwijzen naar zijn verweerschrift, met de opmerking dat de stukken van de gemachtigde geen reden zijn om de stellingname daarin nu te wijzigen. Benadrukt is dat geen bezwaarschrift in deze zaak is ontvangen.
10. De rechtbank heeft partijen vervolgens verzocht om toestemming te geven om de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen. Gemachtigde van belanghebbende heeft zich hiermee akkoord verklaard. De heffingsambtenaar heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat hij akkoord is. De rechtbank heeft het onderzoek daarna gesloten en doet uitspraak zonder mondelinge behandeling.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.