ECLI:NL:RBGEL:2026:6479
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- ARN 23/5099
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Uitspraak over de afwijzing van aanvraag om algemene bijstand. Het college heeft de aanvraag terecht afgewezen. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij tijdens de te beoordelen periode haar woonplaats op het uitkeringsadres had. Het college was niet gehouden om de twee periodes apart te onderzoeken. Het college heeft voldoende rekening gehouden met de verhuizing. De Staat wordt veroordeeld tot betaling aan eiseres van een vergoeding van immateriële schade.
Uitspraak
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor algemene bijstand. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 6 maart 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 juni 2023 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
3. Eiseres heeft zich op 2 januari 2023 gemeld bij het college voor het aanvragen van algemene bijstand. Daarbij heeft zij aangegeven nog woonachtig te zijn in [plaats 2] ( [adres 1] ) en te gaan verhuizen naar de gemeente Montferland. Zij ontvangt van de gemeente Nijmegen bijstand sinds 29 september 2021. De bijstand door die gemeente is toegekend naar de kostendelersnorm, omdat zij bij haar moeder woont. Op 9 januari 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen het college en eiseres en op 11 januari 2023 heeft eiseres haar bijstandsaanvraag ingediend. Als gewenste ingangsdatum van het recht op bijstand heeft eiseres 3 januari 2023 aangegeven en als bijstandsadres [adres 2] in [plaats 1] , gemeente Montferland (het bijstandsadres). Eiseres is huurder van die woning sinds 3 januari 2023 en staat sindsdien samen met haar dochter ingeschreven op het bijstandsadres.
3.1.
In de ontvangstbevestiging van de melding in het kader van de bijstand is vermeld dat is afgesproken dat eiseres in ieder geval per 31 januari 2023 op het bijstandsadres zal verblijven.
3.2.
Met de brief van 6 februari 2023 heeft het college eiseres verzocht om vóór 13 februari 2023 een aantal gegevens te overleggen. Met het besluit van 14 februari 2023 heeft het college een voorschot van € 800 toegekend.
3.3.
Omdat het college twijfels heeft over het verblijf van eiseres in de gemeente Montferland, is besloten een onderzoek in te stellen naar de rechtmatigheid van het recht op bijstand. Eiseres heeft op het gesprek van 6 februari 2023, voor zover hier van belang, verklaard dat zij sinds twee weken verblijft in haar woning op het bijstandsadres. Alle spullen zijn inmiddels hier. Ze slaapt met haar dochter op een opblaasbaar bed. Haar dochter gaat op dit moment nog in [plaats 2] naar school. Zij vertrekt op 7:15 uur naar de school. Eiseres is nog op zoek naar een (andere) school voor haar dochter. Haar auto is kapot en staat bij de garage. Ze mag een auto (een Volvo) van een kennis lenen.
3.4.
In de periode van 3 februari 2023 tot 1 maart 2023 heeft de afdeling Preventie van de gemeente Montferland op verschillende tijdstippen waarnemingen verricht rond het perceel van het bijstandsadres. Op 3 februari 2023 zijn mensen gesignaleerd bij het huis en op 14 februari 2023 is de Volvo gesignaleerd bij de woning en is gezien dat het licht in de woning aan was. Op de overige dagen is de auto van eiseres noch de auto van de kennis gesignaleerd in de buurt van de woning. Ook is op die dagen niet gezien dat er iemand in de woning aanwezig is.
3.5.
Op 13 februari 2023 en 26 februari 2023 heeft het college een buurtonderzoek verricht bij het bijstandsadres. Daarbij is gesproken met de buren van [adres 3] [huisnummer 1] en [huisnummer 2] . De bewoonster die boven eiseres woont, op nummer [huisnummer 2] , heeft desgevraagd verklaard dat de vorige bewoner van het bijstandsadres in december 2022 is vertrokken en dat ze niet weet wie er nu woont. Er wordt heel af en toe wel geklust overdag, maar er woont niemand. Het is heel gehorig in de flat, als iemand een aansteker laat vallen kan iedereen het horen. De bewoonster heeft weleens een blonde vrouw gezien bij het bijstandsadres, maar geen kind. Aan de bewoonster is een foto van eiseres getoond. De bewoonster heeft verklaard eiseres niet te kennen. De bewoner van nummer [huisnummer 1] heeft verklaard dat hij niet weet wie naast hem woont. De vorige bewoonster is in december 2022 vertrokken. Hij heeft nooit een kind gezien op het bijstandsadres. De flat is heel gehorig. Als er iemand had gewoond, had hij het zeker gehoord. Hij herkende de vrouw op de foto die hem getoond wordt, een foto van eiseres, niet.
3.6.
Op 1 maart 2023 heeft het college een onaangekondigd huisbezoek afgelegd op het bijstandsadres. De medewerkers van het college hebben bij eiseres aangebeld, maar er deed niemand open. Vervolgens is eiseres gebeld. Zij was onderweg naar [plaats 2] om haar dochter van school te halen en daarom niet in de gelegenheid om naar het bijstandsadres te komen. Tijdens het telefoongesprek heeft eiseres verklaard sinds eind januari 2023 op het bijstandsadres te wonen. De avond daarvoor was zij om 20:00 uur thuis. Eiseres slaapt daar met haar dochter. Overdag is ze er niet. Haar zus brengt eiseres heen en weer naar [plaats 2] . Haar zus woont in [plaats 3] en werkt in [plaats 2] . Overdag is eiseres bij haar ex-schoonmoeder of bij een vriendin of kennis. Daar eten ze wat en rijden daarna terug naar [plaats 1] . Die dag twijfelde eiseres of ze het licht wel uit had gedaan en goed had afgesloten. Daarom is ze heen en weer gereden. Zij rijdt momenteel in de auto van haar zus. Op zaterdag en zondag is eiseres met haar dochter wel in [plaats 1] . Het klopt niet dat de buren zeggen dat zij er niet woont. Omdat haar dochter haar leven in [plaats 2] heeft, is zij daar vaak. Door het college is eiseres meegedeeld dat het niet willen terugkeren naar de woning om mee te werken aan het huisbezoek, gezien wordt als een schending van de medewerkingsplicht. Ook is haar meegedeeld dat ze de inlichtingenplicht heeft geschonden, onder meer omdat zij verandering van vervoermiddel en wijze van vervoer niet heeft meegedeeld en haar verklaring niet overeenkomt met de onderzoeksresultaten. Later die dag heeft eiseres telefonisch contact opgenomen met een consulent van het college. Daarbij heeft ze aangegeven dat ze overdag niet op het bijstandsadres is, omdat het huis erg leeg is en dat ze er alleen slaapt. Eiseres wil haar dochter langzaam laten wennen aan de nieuwe situatie en als alles goed zou gaan, zou ze na de zomervakantie in [plaats 1] naar school gaan. De vader van eiseres heeft een vloer gelegd en gordijnen opgehangen. Dat zijn dikke gordijnen, waardoor de medewerkers van het college geen licht in de woning konden zien. Haar vader heeft ook een luchtbed voor eiseres gekocht.
3.7.
De onderzoeksbevindingen zijn vastgelegd in het rapport Afhandeling fraudeonderzoek van 27 februari 2023. Daarin wordt geconcludeerd dat eiseres niet haar hoofdverblijf heeft in de gemeente Montferland. Dat heeft zij niet gemeld aan het college. Ook niet toen daar expliciet naar gevraagd werd. Daarmee heeft eiseres de inlichtingenplicht geschonden. Ook heeft zij de medewerkingsplicht geschonden door niet mee te werken aan een huisbezoek. Vervolgens is het college overgegaan tot afgifte van het besluit van 6 maart 2023.
3.8.
Met het besluit van 6 maart 2023 is de aanvraag van eiseres om bijstand afgewezen. Op basis van onderzoek en de eigen verklaringen van eiseres stelt het college vast dat het centrum van eiseres haar maatschappelijk leven niet in de gemeente Montferland is. Zij heeft daarom geen recht op bijstand. Eiseres dient het voorschot terug te betalen.
3.9.
Op 11 mei 2023 heeft in de bezwaarfase een hoorzitting plaatsgevonden. Eiseres heeft tijdens de hoorzitting Google Maps-tijdlijnoverzichten overgelegd om te onderbouwen dat het centrum van haar maatschappelijk leven zich in [plaats 1] bevindt
3.10.
Met het bestreden besluit van 20 juni 2023 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De afwijzing van de bijstandsaanvraag blijft in stand. De motivering wordt wel aangepast. Het college kan (namelijk) niet vaststellen of eiseres recht heeft op bijstand vanaf 2 januari 2023 (datum melding voor bijstand), of in ieder geval vanaf 31 januari 2023 (datum dat eiseres zelf verklaart dat zij in de woning zal verblijven) tot 5 maart 2023. Op 6 maart 2023 heeft eiseres zich opnieuw gemeld. Die melding zal in een apart besluit worden beoordeeld.
Eiseres is bijna niet aangetroffen op het bijstandsadres in de periode van onderzoek. Zij legt verschillende en deels tegenstrijdige verklaringen af. Het Google Maps-tijdlijnoverzicht neemt de onduidelijkheden niet weg. Niet alle dagen zijn overgelegd en de dagen die wel zijn overgelegd zijn niet volledig. De kaart met reisbewegingen ontbreekt. Daarnaast is een aantal reisbewegingen onverklaarbaar. Het college is bekend met de mogelijkheid om de tijdlijn te bewerken. Hiermee wijzig je je locatie en de tijd van aankomst en vertrek. Tussenliggende reisbewegingen worden daarmee ook aangepast. Wat maar gedeeltelijk wijzigt, is de kaart. Daar blijft de oorspronkelijke reisbeweging staan. Eiseres is gevraagd op de hoorzitting om de volledige tijdlijn over de bestreden periode, inclusief kaart, te overleggen. Eiseres heeft zich bereid verklaard om dit te overleggen, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd.
Wat vindt eiseres?
4. Eiseres stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat zij vanaf (eind) januari 2023 (wel) haar hoofdverblijf heeft in de gemeente Montferland. Het college heeft voldoende gegevens om het recht op bijstand vast te stellen. Aan het bestreden besluit kleeft een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek, omdat er twee te onderscheiden periodes zijn, namelijk per 2 januari 2023 en per 31 januari 2023. Die periodes hadden apart onderzocht moeten worden, maar dit is niet gebeurd. Het college heeft onvoldoende rekening gehouden met de recente verhuizing en overgangssituatie. Eiseres heeft verder verklaringen van haar zus en de bewoners van nummers [huisnummer 1] en [huisnummer 3] overgelegd om aan te tonen dat het centrum van haar maatschappelijk leven met ingang van januari 2023 in [plaats 1] was. Daarnaast volgt uit de waarnemingen van het college niet zonder meer dat eiseres niet haar hoofdverblijf op het bijstandsadres had. Bovendien verzoekt eiseres om schadevergoeding wegens een overschrijding van de redelijke termijn.
4.1.
De gemachtigde van eiseres heeft tijdens de zitting verklaard het standpunt, dat de waarnemingen van de medewerkers van de afdeling Preventie in strijd zijn met artikel 8 van het EVRM, niet langer te handhaven.
Heeft het college het bestreden besluit voldoende gemotiveerd?
5. Ter beoordeling ligt voor de periode van 2 januari 2023 tot en met 5 maart 2023.
5.1.
Een aanvrager moet in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk maken die nopen tot inwilliging van die aanvraag. In dat kader dient de aanvrager de nodige duidelijkheid te verschaffen en volledige openheid van zaken te geven. Vervolgens is het aan het bijstandverlenend orgaan om in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. Indien de betrokkene niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsplicht voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
5.2.
In artikel 40, eerste lid, van de Pw is bepaald dat het recht op bijstand bestaat jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Voor het antwoord op de vraag waar iemand zijn woonplaats heeft, is bepalend de plaats waar hij daadwerkelijk woont en waar het centrum van zijn maatschappelijk leven zich bevindt. De vraag waar iemand woonplaats heeft als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Pw dient dan ook te worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Dit is vaste rechtspraak.
5.3.
De rechtbank kan het college volgen in zijn standpunt dat eiseres met de overgelegde gegevens onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdens de te beoordelen periode haar woonplaats in de gemeente Montferland had. De rechtbank legt dit hieronder uit.
5.4.
Eiseres is tijdens 24 waarnemingen, verspreid over de periode van 3 februari 2023 tot en met 28 februari 2023, niet één keer waargenomen bij het bijstandsadres. Slechts één keer is een groep mensen waargenomen bij de woning en één keer is gezien dat het licht in de woning brandde. De buren van eiseres verklaren allebei dat de flat gehorig is. De bewoonster van nummer [huisnummer 2] heeft af en toe klusgeluiden gehoord, maar verklaart dat er niemand woont. De bewoner van nummer [huisnummer 1] verklaart dat als er iemand had gewoond, hij het zeker had gehoord. Desgevraagd herkennen beide buren eiseres niet van een foto. Ze hebben ook nog nooit een kind, de dochter van eiseres, op het adres gezien. Eiseres verklaart dat zij overdag veel in [plaats 2] is, omdat haar dochter daar op school zit en haar leven heeft. Ook was eiseres op het moment van het huisbezoek op 1 maart 2023 om 11:05 uur niet aanwezig bij de woning. Dat eiseres al onderweg was om haar dochter op te halen van school, die om 12:30 uur uit is, acht de rechtbank onaannemelijk, omdat het 45 minuten rijden is van het bijstandsadres naar [plaats 2] .
5.5.
Eiseres heeft bankafschriften ten tijde van de te beoordelen periode overgelegd en gewezen op betalingen in [plaats 1] en aan Oxxio, ten behoeve van de stroomvoorziening op het bijstandsadres. Naar het oordeel van de rechtbank maken die betalingen, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, onvoldoende aannemelijk dat eiseres in de te beoordelen periode op het bijstandsadres verbleef. Het aantal verrichtte pinbetalingen in januari 2023 tot en met maart 2023 in [plaats 1] is daarvoor te gering en er bestaat een gelijk aantal pinbetalingen in [plaats 2] in die periode. Ook het gegeven dat eiseres betalingen verrichtte voor de stroomvoorziening op het bijstandsadres zegt naar het oordeel van de rechtbank weinig over waar eiseres daadwerkelijk woonde en waar het centrum van haar maatschappelijk leven zich bevond.
5.6.
Dat veel waarnemingen plaatsvonden tussen 21:00 uur en 23:45 uur en dat eiseres meestal na 20:00 uur op bed ligt, maakt niet dat aan de waarnemingen minder waarde moet worden gehecht. Er zijn ook veel waarnemingen in de ochtend, overdag en in de avond, vóór 20:00 uur verricht. Eiseres is ook toen niet aangetroffen in of bij de woning. Daarnaast mag aangenomen worden dat als, zoals eiseres stelt, zij reeds om 20:00 uur naar bed ging, haar auto of de auto waarvan zij gebruik maakte bij of in de directe omgeving van het bijstandsadres aangetroffen moet worden. De medewerkers van het college hebben verder slechts één keer het licht in de woning zien branden. Ook hebben de medewerkers van het college tijdens een aantal waarnemingen aangebeld bij eiseres, maar er kwam geen reactie vanuit de woning. Bovendien vond een aantal waarnemingen tussen 6:15 uur en 7:00 uur plaats. Eiseres is ook toen niet aangetroffen bij de woning, terwijl zij heeft verklaard dat zij ’s ochtends om 7:15 uur vertrekt om haar dochter naar school in [plaats 2] te brengen.
5.7.
De Google tijdlijn-overzichten maken evenmin aannemelijk dat eiseres in de te beoordelen periode op het bijstandsadres woonde. De gemachtigde van eiseres heeft tijdens de zitting verklaard dat de overzichten weinig bewijswaarde hebben, omdat ze achteraf kunnen worden aangepast.
5.8.
Ook de verklaringen van de zus en de bewoners van nummers [huisnummer 1] en [huisnummer 3] kunnen eiseres niet baten. In de eerste plaats is de verklaring van de zus van eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet een objectief en verifieerbaar gegeven. Daarnaast acht de rechtbank de initiële verklaring van de bewoner van nummer [huisnummer 1] authentieker. De bewoner heeft eerst verklaard dat als er iemand had gewoond, hij dat had gehoord. Aan de latere verklaring kan daarom niet de betekenis worden gehecht, die eiseres eraan gehecht wenst te zien. De verklaringen zijn, in het licht van de in overweging 5.4 weergeven feiten en omstandigheden, onvoldoende om aannemelijk te maken dat eiseres in de te beoordelen periode haar woonplaats op het bijstandsadres had.
5.9.
Anders dan eiseres, is de rechtbank van oordeel dat het college niet gehouden was de periodes per 2 januari 2023 en per 31 januari 2023 apart te onderzoeken. Het recht op bijstand dient te worden vastgesteld vanaf de datum van de melding. Het college heeft dit gedaan. Het college heeft, met betrekking tot het onderscheid dat in het bestreden besluit is gemaakt tussen de periodes, tijdens de zitting verklaard dat met eiseres de afspraak was gemaakt dat zij in ieder geval per 31 januari 2023 op het bijstandsadres zou verblijven. Het college is daarom pas per februari 2023 begonnen met waarnemen. De rechtbank volgt het college hierin. Een onduidelijkheid over de periode vóór 31 januari 2023 is, zoals eiseres stelt, niet betrokken op de periode daarna. Het is naar het oordeel van de rechtbank eerder andersom. Op basis van de, door haar verstrekte, gegevens en de resultaten van het onderzoek in februari 2023 en maart 2023 is niet vast te stellen waar eiseres ná 31 januari 2023 haar hoofdverblijf had. Daarom ontstaan er ook twijfels over de periode daarvoor. Los van het feit dat uit de afspraak dat eiseres pas per 31 januari 2023 over zou gaan naar het bijstandsadres, volgt inherent dat zij in de periode daarvoor haar hoofdverblijf daar niet had.
Verder heeft het college naar het oordeel van de rechtbank, doordat hij pas in februari 2023 is aangevangen met waarnemen en zij initieel eiseres niet heeft tegengeworpen dat zij per 31 januari 2023 pas over zou gaan naar het bijstandsadres, voldoende rekening gehouden met de verhuizing en overgangssituatie waarin eiseres zich bevond.
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn?
6. Eiseres heeft verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
6.1.
Op grond van een beleidsregel van de minister van Justitie en Veiligheid voert de Staat geen verweer op het verzoek om schadevergoeding.
6.2.
De behandeling van zaken als deze mag in beginsel maximaal twee jaar duren: een half jaar voor de bezwaarfase en anderhalf jaar voor de beroepsfase. De te beoordelen periode vangt aan met de datum waarop het bezwaarschrift is ingediend en loopt door tot het moment waarop de einduitspraak wordt gedaan.
6.3.
Als de redelijke termijn is overschreden, wordt in beginsel verondersteld dat de betrokkene immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. In beginsel is een vergoeding van immateriële schade gepast van € 500 per half jaar of een gedeelte daarvan, waarmee de redelijke termijn in de procedure als geheel is overschreden.
6.4.
Het college heeft het bezwaarschrift op 7 maart 2023 ontvangen, wat betekent dat de redelijke termijn op 7 maart 2025 is overschreden. Omdat pas per heden uitspraak wordt gedaan, betekent dat dat de redelijke termijn met zeventien maanden is overschreden. Dat leidt tot een vergoeding voor immateriële schade van € 1.500 (namelijk € 500 per half jaar of een gedeelte daarvan).
6.5.
Vervolgens is de vraag wie de schadevergoeding moet betalen. De overschrijding van de redelijke termijn is uitsluitend aan de rechtbank toe te rekenen, omdat de vertraging zich uitsluitend in de beroepsfase heeft voorgedaan. Daarom moet de Staat de immateriële schadevergoeding betalen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.