ECLI:NL:RBGEL:2026:6669
Rechtbank Gelderland
- Uitspraak
- 26 augustus 2026
- Zaaknummer
- ARN 25/5264
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Nieuwe beslissing op bezwaar na eerdere vernietiging. Eiser heeft procesbelang. Artikel 4:5 van de Awb kan niet in bezwaar worden toegepast. Beroep gegrond.
Uitspraak
Procesverloop
2. Op 25 juli 2023 heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd. Met de beslissing op bezwaar van 30 januari 2024 is het college bij dat besluit gebleven.
2.1.
Met de uitspraak van de rechtbank van 4 maart 2025 is de beslissing op bezwaar van 30 januari 2024 vernietigd.
2.2.
Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 23 september 2025 heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld.
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser heeft een bedrijf waar airsoft activiteiten plaatsvinden. Dat is een schietsport waarbij wordt geschoten met replica’s van vuurwapens met kleine balletjes als munitie. Eiser wil aan de Rijkerswoerdse Plassen in Elst een airsoft locatie beginnen.
3.1.
Op 10 februari 2023 heeft eiser een omgevingsvergunning gevraagd voor het bouwen van een loods van 185 m2 , het plaatsen van handelsreclame en het aanleggen van een uitweg (hierna: de eerste aanvraag). Op 8 mei 2023 heeft het college geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.
3.2.
Op 2 juni 2023 heeft eiser een tweede aanvraag ingediend voor dezelfde activiteiten. De oppervlakte van de loods is gewijzigd naar 89,60 m2 (hierna: de tweede aanvraag). Op 25 juli 2023 heeft het college geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.
3.3.
Met de beslissing op bezwaar van 30 januari 2024 is het college bij de weigering van de omgevingsvergunningen gebleven.
3.4.
Met de uitspraak van 4 maart 2025 heeft de rechtbank de beslissing op bezwaar van 30 januari 2024 vernietigd. De rechtbank heeft het eerste weigeringsbesluit herroepen en het college opgedragen om de eerste aanvraag met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure te behandelen. De rechtbank heeft verder het college opgedragen om opnieuw te beslissen op het bezwaar tegen het tweede weigeringsbesluit.
3.5.
Met de beslissing op bezwaar van 23 september 2025 heeft het college de tweede aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat hij niet de gevraagde voortoets en ecologisch rapport heeft ontvangen.
Heeft eiser nog procesbelang?
4. Het college stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat eiser geen procesbelang meer heeft. Uit het aanvraagformulier volgt dat eiser als natuurlijk persoon de aanvraag heeft gedaan. Hij was eigenaar van de eenmanszaak “ [eenmanszaak] ” in [plaats] . Volgens het college is deze eenmanszaak uitgeschreven uit het handelsregister en voortgezet onder “Airsoft Activities B.V.” in [plaats] . Omdat het beroepschrift is ingediend namens een niet meer bestaande eenmanszaak, kan eiser, in het geval dat het college de omgevingsvergunning zou verlenen, geen gebruik maken van de omgevingsvergunning. Daarom heeft eiser volgens het college geen procesbelang meer bij deze procedure. Het college verwijst in dat verband naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2024.
4.1.
De aanvraag om een omgevingsvergunning is door eiser als natuurlijk persoon gedaan. Vervolgens is beroep ingesteld door de eenmanszaak. Een eenmanszaak is geen juridische entiteit. Dat betekent dat eiser als natuurlijk persoon en eenmanszaak dezelfde persoon zijn. Dat de eenmanszaak is uitgeschreven uit het Handelsregister, betekent dus niet dat eiser geen procesbelang meer heeft. Dit belang is er nog steeds voor eiser als natuurlijk persoon. De verwijzing van het college naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. In die procedure ging het namelijk om een B.V. die was uitgeschreven uit het Handelsregister. Een B.V. is, anders dan een eenmanszaak, wel een juridische entiteit. De rechtbank oordeelt daarom dat eiser nog procesbelang heeft.
Mocht het college de aanvraag in bezwaar buiten behandeling stellen?
5. Eiser betoogt dat het college in de bezwaarfase niet om aanvullende gegevens mocht vragen. Eiser meent dat hij tijdig aan het college heeft laten weten dat geen sprake is van activiteiten waarvoor een ontheffing nodig is op grond van de Wet natuurbescherming. Eiser betoogt verder dat artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden toegepast als het gaat om gegevens die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van een besluit. Dat is volgens eiser niet het geval.
5.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat uit vaste rechtspraak volgt dat artikel 4:5 van de Awb kan worden toegepast in de bezwaarfase. Het college verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRVB) van 1 mei 1997 en de uitspraak van het CBB van 11 januari 2000. Volgens het college mogen noodzakelijke gegevens op grond van artikel 4:5 van de Awb worden opgevraagd. Voor wat betreft het opvragen van een voortoets en een ecologisch rapport stelt het college zich op het standpunt dat hij moet beoordelen of de Wet natuurbescherming aanhaakt. Het college meent daartoe bevoegd te zijn en verwijst daarvoor naar de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 20 september 2021.
5.2.
Uit artikel 7:14 van de Awb volgt dat titel 4.1 van de Awb niet van toepassing is op beslissingen op bezwaar. Artikel 4:5 van de Awb, waarin de mogelijkheid tot buitenbehandelingstelling van een aanvraag is neergelegd, is opgenomen in titel 4.1. Daarom is de mogelijkheid om bij beslissing op bezwaar een aanvraag buiten behandeling te stellen bij wet uitgesloten. De verwijzing van het college naar de uitspraken van de CRVB en het CBB maakt dit niet anders. Uit recentere rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt expliciet dat artikel 4:5 van de Awb niet in bezwaar kan worden toegepast. Dit betekent dat het college ten onrechte de aanvraag van eiser in bezwaar buitenbehandeling heeft gesteld. De beroepsgrond slaagt.
5.3.
Omdat het college aanvraag in bezwaar niet buiten behandeling mocht laten, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van noodzakelijke gegevens in de zin van artikel 4:5 van de Awb.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.