ECLI:NL:RBLIM:2026:7856
Rechtbank Limburg
- Uitspraak
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/03/336920 / HA ZA 24-551
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
Inhoudsindicatie
Geschil tussen partijen over onder andere overeenkomst tot het delen van huurinkomsten uit beleggingspanden. Geen misbruik van omstandigheden bij het sluiten van de overeenkomst. Uitleg overeenkomst. Geen bijdrage mede-eigenaar in onverplichte extra hypotheekaflossing en verbouwingskosten als in strijd met artikel 3:170 BW geen toestemming is verkregen van deze mede-eigenaar. Geen ongerechtvaardigde verrijking.
Uitspraak
1 De procedure
1.1.
Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 12 februari 2025,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met de producties 13 tot en met 26,
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens wijziging en vermeerdering van eis met de producties 13 tot en met 36,
- de akte indiening producties tevens wijziging en vermeerdering van eis van [partij 1] met de producties 37 tot en met 42,
- het B8-formulier van [partij 2] met de producties 27 tot en met 38,
- de spreekaantekeningen van [partij 1] ,
- de spreekaantekeningen van [partij 2] ,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 januari 2026,
- het B8-formulier van [partij 1] met productie 8,
- de opmerkingen van [partij 2] van 6 februari 2025 ten aanzien van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Partijen zijn broers van elkaar. Zij hebben ook een zus, genaamd [zus] .
2.2.
[partij 1] , [partij 2] en [zus] bezitten gezamenlijk op persoonlijke titel alsmede via diverse vennootschappen, waaronder de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V. (hierna: ‘ [bedrijf 1] ’), een aantal (beleggings)panden en ondernemingen.
2.3.
Op 1 augustus 2022 hebben [partij 1] , [partij 2] en [zus] het pand aan [adres 1] te [plaats 2] gezamenlijk aangekocht. [partij 2] is na de aankoop gestart met de verbouwing van dit pand.
2.4.
In datzelfde jaar besloten [partij 1] , [partij 2] en [zus] een deel van de gezamenlijke bezittingen te verdelen. Begin oktober 2022 bereikten zij daarover overeenstemming en op 2 november 2022 hebben zij een verdelingsovereenkomst getekend. Daarin is overeengekomen dat aan [partij 2] zou toekomen [adres 2] en [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] evenals [adres 7] te [plaats 2] en aan [adres 8] , [adres 9] , [adres 10] en [adres 11] , [adres 12] en [adres 13] te [plaats 2] .
2.5.
In het kader van voornoemde verdeling heeft [partij 1] een aanvullende overeenkomst (verder: ‘de aanvullende overeenkomst’) opgesteld en toegestuurd aan [partij 2] op 23 november 2022 met de volgende inhoud:
“(…)
Overeenkomst splitsing met huurtegoed.
[partij 2] en [partij 1] zijn akkoord gegaan met de splitsing van onroerend goed onder voorwaarde dat [partij 1] verzekerd is van huurinkomsten totdat zijn panden [adres 9] als ook het pand [adres 8] verzekerd zijn van huurinkomsten.
Dit geldt niet voor de panden [adres 13] en [adres 12] die ook aan [partij 1] gaan toebehoren.
De huurinkomsten die [partij 2] krijgt van [adres 2] , [adres 3] en
[adres 7] dienen gedeeld te worden.
(…)”
2.6.
[partij 2] heeft [partij 1] op dezelfde dag via Whatsapp als volgt bericht:
“(…)
Bij de verklaring graag erbij; de parkeerplaats [adres 8] , hetgeen verkregen is voor 1 euro, linkerzijde en achterzijde [straat] wordt van mij, alleen hetgeen voorkomt uit de RvS tbv [pand] word van [partij 1] .
(…)”
2.7.
Bij Whatsapp-bericht van 24 november 2022 heeft [partij 1] aan [partij 2] het volgende laten weten:
“(…)
Lijkt mij beter om de panden ook nu niet te splitten, totdat alles verhuurd is en dan starten wij opnieuw de verdeling van voren af aan. Dit geeft mij meer rust en verzekerd van mijn huurinkomsten. De overdrachtkosten zijn volgend jaar duurder, maar het zij zo. Ik voel mij hier prettiger door en geeft mij meer rust. [zus] kan wel gesplit worden.
(…)”
2.8.
[partij 2] heeft de aanvullende overeenkomst met door hem gedane aanpassingen vervolgens ondertekend. Via Whatsapp stuurde [partij 2] aan [partij 1] op 23 december 2022 de volgende berichten:
“Het convenant waarbij ik heb getekend dat we de huur zullen delen had ik graag gehad, dit moet nog naar de notaris gestuurd worden.”
(...)
“Jij moet dit ook ondertekenen.”
2.9.
Op 29 december 2022 hebben [partij 1] , [partij 2] en [zus] ter uitvoering van de partiële verdeling een notariële akte van verdeling ondertekend bij de notaris. Tijdens deze afspraak bij de notaris hebben partijen eveneens de aanvullende overeenkomst getekend, waarin voor zover relevant het volgende is opgenomen:
“(…)
Overeenkomst splitsing met huurtegoed
[partij 2] en [partij 1] zijn akkoord gegaan met de splitsing van onroerend goed onder voorwaarde dat [partij 1] verzekerd is van huurinkomsten totdat zijn panden [adres 9] als ook het pand [adres 8] verzekerd zijn van huurinkomsten
.
Dit geldt niet voor de panden [adres 13] en [adres 12] die ook aan [partij 1] gaan toebehoren.
De huurinkomsten die [partij 2] krijgt van [adres 2] , [adres 3] en [adres 7] dienen gedeeld te worden. De kosten van deze panden worden ook gedeeld. De parkeerplaats komt toe aan [partij 2] (alleen het gedeelte verkregen voor 1 euro uitspraak RvS). Bij het verkrijgen van pand [straat] wordt alleen het blauw gearceerde van [partij 1] . Verder komt alleen, de komende uitspraak van verruiming [pand] aan [partij 1] toe.
(…)”
2.10.
Op 7 maart 2024 heeft [partij 2] per e-mail het volgende aan [partij 1] bericht:
“Dag,
Je bent begonnen met de verbouwing van [adres 8] , om dit zelf te betrekken als
meubelzaak.
Dit betekent dat het verdelen van mijn huur stopt.
Immers is [adres 9] verhuurd en is voormalig [pand] verhuurd.
(…)”
2.11.
[partij 1] heeft op 14 oktober 2024 conservatoir beslag gelegd op het pand aan de [adres 7] te [plaats 2] .
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.