ECLI:NL:RBMNE:2026:3893
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 24/4577, UTR 24/5432 en UTR 24/6484
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om de geldigheidsduur van zijn standplaatsvergunning voor bepaalde tijd te wijzigen naar onbepaalde tijd. Daarnaast gaat deze uitspraak over de beroepen die eiser heeft ingesteld tegen de Nadere regel artikel 5:13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, Gemeente Utrecht, standplaatsen1 (hierna: de Nadere regel) en tegen het Aanwijzingsbesluit artikel 5:13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen (hierna: het Aanwijzingsbesluit) De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de geldigheidsduur van de standplaatsvergunning van eiser niet heeft hoeven omzetten naar onbepaalde tijd. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat eisers bezwaar tegen het vergunningenplafond in de Nadere Regel terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat de rechtbank de rechtmatigheid van het vergunningenplafond in het beroep tegen het Aanwijzingsbesluit niet kan toetsen. De beroepen zijn daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.