11 tot en met 19 februari 2014: TomTom, baken [IMEI-nummer 1] en bakentelefoon [IMEI-nummer 2]
De rechtbank stelt hieronder vast dat de verdachte, samen met anderen, in de periode van 11 tot en met 19 februari 2014 bij de voorverkenningen en observaties van [slachtoffer 3] betrokken is geweest. Deze observaties en voorverkenningen hebben bestaan uit het (digitaal en fysiek) observeren van [slachtoffer 3] , het verrichten van voorverkenningen bij het woonadres en de werkadressen van [slachtoffer 3] en het verkennen van de vluchtroute vanaf de locatie waar [slachtoffer 3] is neergeschoten (zijn woonadres) naar de locatie waar de vluchtscooter in brand is gestoken (het Potterbos). De rechtbank komt tot deze conclusie op basis van technische gegevens van bakenapparatuur en een TomTom, die in onderstaande paragrafen (met bijbehorende tussenconclusies) worden besproken.
Observaties met de bakenapparatuur (bakentelefoon [IMEI-nummer 2] en baken [IMEI-nummer 1] )
In de periode van 11 februari 2014 tot en met 19 februari 2014 correspondeert baken [IMEI-nummer 1] met bakentelefoon [IMEI-nummer 2] .
In de nacht van 11 februari 2014 gebruiken zowel bakentelefoon [IMEI-nummer 2] als het baken [IMEI-nummer 1] zendmasten op de route naar [woonplaats] , de woonplaats van [slachtoffer 3] . Zo stralen de bakentelefoon en het baken om 00:58 uur aan bij Werkendam. Om 01:45 uur straalt de bakentelefoon aan in de omgeving van Bergen op Zoom en om 01:47 uur ook het baken.
Van 01:50 uur tot 02:04 uur gebruiken het baken en de bakentelefoon allebei zendmasten in Steenbergen. Hierna gebruiken de bakentelefoon en het baken zendmasten op verschillende plaatsen. Zo straalt het baken om 02:20 uur en 02:50 uur (nog steeds) in Steenbergen aan, terwijl de bakentelefoon om 02:28 uur in Zevenbergen en om 02:57 in Meerkerk aanstraalt.
Het telefoonnummer van [slachtoffer 3] is [telefoon slachtoffer 3] (hierna: het telefoonnummer van [slachtoffer 3] ). Vanaf 09:15 uur blijkt dat het telefoonnummer van [slachtoffer 3] en het baken zendmasten in dezelfde omgeving van elkaar gebruiken. Zo straalt om 09:15 uur het telefoonnummer van [slachtoffer 3] uit in Halsteren en het baken in Lepelstraat. Lepelstraat is een dorp dat direct grenst aan Halsteren. Om 10:58 uur gebruiken zowel het baken als het telefoonnummer van [slachtoffer 3] zendmasten in Bergen op Zoom. Om 12:07 uur stralen het baken en het telefoonnummer van [slachtoffer 3] allebei weer aan in Steenbergen. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat in de nacht van 11 februari 2014 een baken onder de auto van [slachtoffer 3] is geplaatst en de volgende ochtend dus onder de auto van [slachtoffer 3] zat.
In de opvolgende dagen is te zien dat baken [IMEI-nummer 1] en de telefoon van [slachtoffer 3] ook op overeenkomende tijdstippen in dezelfde steden of dorpen aanstralen. Zo gebruiken op 12 februari 2014 zowel de telefoon van [slachtoffer 3] als het baken rond 07:00 uur zendmasten in Steenbergen. De telefoon van [slachtoffer 3] straalt vervolgens om 11:28 uur aan bij Lepelstraat en het baken om 11:29 uur ook. Om 11:48 uur en om 11:49 uur gebruiken (respectievelijk) de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken weer een zendmast in Steenbergen.
Ook in de ochtend van 13 februari 2014 stralen zowel de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken aan in Steenbergen. De telefoon van [slachtoffer 3] gebruikt om 12:03 uur een zendmast in Barendrecht en het baken om 12:06 uur ook. Om 14:46 uur en om 14:47 uur stralen (respectievelijk) de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken allebei aan bij Willemstad. Het baken gebruikt om 15:53 uur een zendmast in Steenbergen en de telefoon van [slachtoffer 3] om 15:58 uur. Dit is ook het geval op 14 februari 2014, waarbij de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken (respectievelijk) om 10:28 uur en om 10:31 uur een zendmast in Steenbergen aanstralen.
Op 15 februari 2014 stralen de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken om 11:23 uur aan in Rotterdam. Het baken gebruikt om 13:29 uur een zendmast bij Barendrecht en de telefoon van [slachtoffer 3] om 13:30 uur. Ook in de nacht van 16 februari 2014 (rond 00:30 uur) stralen het baken en de telefoon van [slachtoffer 3] op dezelfde locatie aan, te weten in Steenbergen.
Op 17 februari 2014 stralen de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken om 9:39 uur en om 11:24 uur allebei in Steenbergen aan. Dit is ook het geval op 18 februari 2014. Dan gebruiken het baken en de telefoon van [slachtoffer 3] allebei om 10:15 uur en (respectievelijk) om 17:02 uur en 17:04 uur zendmasten in Steenbergen.
Op 19 februari 2014 om 00:30 uur en 00:31 uur maken de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken (respectievelijk) gebruik van een zendmast aan de [straat] in [woonplaats] . Op dat moment zijn het baken en de telefoon van [slachtoffer 3] dus (nog steeds) in dezelfde omgeving van elkaar. Het baken blijft tot 02:18 uur gebruik maken van de voornoemde zendmast. Vanaf 02:01 uur tot 02:18 uur maakt ook de bakentelefoon gebruik van deze zendmast. Vervolgens heeft het baken om 02:18 uur zijn laatste registratie. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat op dit moment het baken onder de auto van [slachtoffer 3] is verwijderd en uit gezet.
Tussenconclusie
Op 11 februari 2014 is het baken onder de auto van [slachtoffer 3] geplaatst en op 19 februari 2014 weer verwijderd. Van 11 tot en met 19 februari 2014 is
met behulp van het baken informatie verkregen over de dagelijkse patronen en (regelmatige) verblijfplaatsen van [slachtoffer 3] .
Voorverkenningen met de TomTom
12 februari 2014
Voorverkenningen werkadressen [slachtoffer 3]
In de TomTom staan als recente bestemmingen de [adres] in [plaats] en de [adres] in [plaats] opgeslagen. Het kantoor van [slachtoffer 3] is gevestigd op het adres de [adres] in [plaats] . [straat] is een zijstraat van de [straat] . Op 12 februari 2014 rijdt de TomTom door [straat] in [plaats] , en daarmee ook langs het kantoor van [slachtoffer 3] .
De politie relateert dat de TomTom op 12 februari 2014 ook langs de [bedrijf 1] is gereden. [slachtoffer 3] is de eigenaar van de [bedrijf 1] . Het adres van de [bedrijf 1] is [adres] in [plaats] en bevindt zich volgens de politie op hetzelfde industrieterrein als het kantoor van [slachtoffer 3] . Uit de triploggegevens volgt dat de TomTom over de [straat] is gereden om vervolgens rechtsaf te slaan naar de [straat] . Uit de afbeelding in het dossier leidt de rechtbank af dat de [straat] op een gegeven moment splitst in twee andere straten, de [straat] en de [straat] . Daarbij is de [straat] de doorgaande weg en de weg naar rechts de [straat] . Dit maakt dat de rechtbank ook tot de conclusie komt dat op 12 februari 2014 met de TomTom langs de [bedrijf 1] is gereden.
Voorverkenningen van de vluchtroute
In de TomTom staat ook als recente bestemming de Moerstraatsebaan in Moerstraten opgeslagen. Tussen de Moerstraatsebaan en Luienhoekweg ligt het Potterbos, waar op de dag van de moord op [slachtoffer 3] een uitgebrande scooter is aangetroffen.
Meerdere getuigen verklaren dat de schutter na de moord op [slachtoffer 3] op een scooter is weggereden. Zo verklaart een buurtbewoonster dat zij op de dag van de moord een man op een scooter in de brandgang voor haar woning zag zitten. Omstreeks 9:50 uur stapte de man van de scooter, haalde een pistool uit zijn zak en liep in de richting van de auto van [slachtoffer 3] . De getuige hoorde vervolgens vier of vijf schoten en zag de man op een scooter wegrijden. Om 10:18 uur meldt een getuige een verdachte situatie bij het Potterbos en omstreeks 10:25 uur belt deze getuige (opnieuw) naar de politie om te melden dat er een scooter die in brand staat in het Potterbos in Moerstraten. De politie gaat ervan uit dat de uitgebrande scooter de vluchtscooter van de schutter van de moord op [slachtoffer 3] is geweest.
De politie heeft daarom de mogelijke route(s) van de locatie waar [slachtoffer 3] is neergeschoten (zijn woonadres) naar de locatie waar de (vlucht)scooter in brand is gestoken (het Potterbos) onderzocht. De politie beschrijft dat er twee routes zijn vanaf het woonadres van [slachtoffer 3] naar het Pottersbos: een korte route en een langere route, waarbij de meest logische route de korte route zou zijn. De korte route bedraagt 12 minuten en loopt vanaf het Potterbos via de [straat] in Moerstraten naar Steenbergen. De langere route bedraagt 14 minuten en loopt (parallel) langs de A4 in de richting van Steenbergen.
De politie relateert dat de gereden routes van de TomTom op 12 februari 2014 (deels) overeenkomen met deze twee routes. Zo is de TomTom op de A4 bij de afslag Bergen op Zoom Noord, in de richting van Steenbergen, aangezet. De TomTom verplaatst zich over de Moerstraatsebaan, waar gekeerd wordt, en de TomTom verplaatst zich vervolgens parallel aan de A4 (de rechtbank begrijpt: de langere route). Hierna keert de TomTom opnieuw en wordt tot aan de Moerstraatsebaan dezelfde weg terug gevolgd. De TomTom verplaatst zich vervolgens over de Moerstraatsebaan in de richting van Moerstraten, waarbij de TomTom langs het Potterbos beweegt. Hierna verplaatst de TomTom zich vanaf de [straat] door de plaats Moerstraten in de richting van Steenbergen (de rechtbank begrijpt: de korte route). Vervolgens rijdt de TomTom, zoals hierboven beschreven, langs voornoemde werkadressen van [slachtoffer 3] .
Tussenconclusie
Voornoemde feiten, in samenhang bezien, maken dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de uitgebrande scooter, die op de dag van de moord op [slachtoffer 3] in het Potterbos is aangetroffen, de vluchtscooter van de schutter is geweest. Daarmee heeft de gebruiker van de TomTom op 12 februari 2014 niet alleen voorverkenningen verricht bij de werkadressen van [slachtoffer 3] , maar ook mogelijke vluchtroutes van Steenbergen naar het Potterbos verkend.
19 februari 2014
De telefoon van [slachtoffer 3] gebruikt op deze dag alleen zendmasten in Steenbergen.
Uit de triploggegevens volgt dat de TomTom zich om 10:30 uur in de [straat] in [plaats] bevindt. Vanaf 10:40 uur bevindt de TomTom zich ter hoogte van de [straat] in [plaats] . [slachtoffer 3] woonde op de [adres] in [woonplaats] . Vervolgens verplaatst de TomTom zich naar de kruising van de [straat] met [straat] in [plaats] . Zoals hiervoor vermeld, is het kantoorpand van [slachtoffer 3] op de [adres] gevestigd.
De TomTom bevindt zich op 19 februari 2014 vier uur lang in de omgeving van het kantoorpand van [slachtoffer 3] . In die tijd rijdt de TomTom meerdere malen langs het kantoorpand en meerdere rondjes in de omgeving van het kantoorpand. Zo staat de TomTom van 10:46 uur tot en met 11:20 uur stil op de kruising van de [straat] met [straat] , waarna de TomTom om 11:21 uur voor de eerste keer door [straat] rijdt. Hierna rijdt de TomTom rondjes in de omgeving van [straat] . Van 11:30 uur tot 11:55 uur stopt de TomTom opnieuw op de [straat] . Vervolgens rijdt de TomTom weer een rondje in de omgeving, waarna hij weer op de [straat] stilstaat. Om 12:19 uur rijdt de TomTom opnieuw door [straat] . Hierna staat de TomTom tot 13:15 uur weer stil op de [straat] . De TomTom rijdt voor de derde keer door [straat] en stopt vervolgens op de kruising van de [straat] met [straat] . Hier staat de TomTom tot 14:21 uur stil. Vervolgens rijdt de TomTom weer rondom [straat] , waarna hij voor de vierde keer door [straat] rijdt. Van 14:32 uur tot 15:05 uur staat de TomTom weer stil op de [straat] .
De TomTom verplaatst zich vervolgens in de richting van de [straat] in [woonplaats] . Zo rijdt de TomTom om 15:10 uur over de [straat] . De [straat] is een zijstraat van de [straat] . Om 15:13 uur rijdt de TomTom [woonplaats] uit en om 15:18 uur rijdt de TomTom over de [straat] richting Moerstraten. De politie relateert dat de TomTom hierbij vlak langs het Potterbos rijdt.
Tussenconclusie
Op 19 februari 2014 bevindt de TomTom zich urenlang in de omgeving van het woonadres en de werkadressen van [slachtoffer 3] . Vervolgens wordt over de [straat] in Moerstraten gereden, vlak langs het Pottersbos. Dit maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de gebruiker van de TomTom niet alleen voorverkenningen bij het woonadres en de werkadressen van [slachtoffer 3] heeft verricht, maar ook mogelijke vluchtroutes van [woonplaats] naar het Potterbos heeft verkend.
De gebruiker(s) van de bakenapparatuur en de TomTom
In de voorgaande paragraaf heeft de rechtbank vastgesteld dat observaties en verkenningen zijn verricht met behulp van bakenapparatuur en een TomTom. De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is wie de gebruiker(s) van de bakenapparatuur en/of de TomTom is/zijn geweest in de periode van 11 februari 2014 tot en met 19 februari 2014.
De standpunten
Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat de verdachte in deze periode de gebruiker van de bakenapparatuur en de TomTom is geweest. Daarbij voert het Openbaar Ministerie aan dat de registraties van de technische hulpmiddelen overeenkomen met de registraties van de Peugeot. De verdachte is de gebruiker van de Peugeot, waardoor hij – gelet op deze overeenkomende registraties – ook de gebruiker van de bakentelefoon en de TomTom moet zijn geweest.
De verdediging stelt zich op het standpunt dat niet bewezen kan worden dat de Peugeot, de TomTom en de bakentelefoon door eenzelfde persoon gebruikt werden. Zo zijn er meerdere momenten, waarop de registraties van de technische hulpmiddelen niet overeenkomen met de registraties van de Peugeot, en daarmee niet in gebruik van dezelfde perso(o)n(en) kunnen zijn. Over de momenten dat de registraties wel overeenkomen, merkt de verdediging op dat deze registraties geen verband houden met de voorverkenningen en observaties van [slachtoffer 3] . Het is daarom mogelijk dat de registraties toevalligerwijs overeenkomen, terwijl de Peugeot en de technische hulpmiddelen niet in handen van dezelfde persoon zijn.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt hieronder tot de vaststelling dat de registraties van de bakentelefoon en/of de TomTom op 11, 12, 17 en 18 februari 2014 overeenkomen met de registraties van de Peugeot. Deze registraties komen op meerdere dagen en op meerdere momenten met elkaar overeen, waarbij de overeenkomende registraties ook in onderlinge samenhang met elkaar moeten worden bezien. Dit maakt dat, anders dan de verdediging stelt, geen sprake (meer) kan zijn van toevallige overeenkomstige registraties tussen de technische hulpmiddelen en de Peugeot. Daarbij weegt ook mee dat er op deze dagen (telkens) geen registraties zijn die uitsluiten dat de Peugeot, de bakentelefoon en/of de TomTom door eenzelfde persoon zijn gebruikt. Dit maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de Peugeot, de bakentelefoon en/of de TomTom op deze dagen door eenzelfde persoon zijn gebruikt. Het klopt dat verkregen locatiegegevens van de Peugeot niet precies overeen komen met locatiegegevens van bakentelefoons. Dat is ook niet mogelijk, omdat de locaties van bakentelefoons alleen globaal bepaald kunnen worden aan de hand van mastgegevens én de bluetooth-kastjes die de aanwezigheid van de Peugeot registreren beperkt aanwezig waren. Het totale beeld dat de technische gegevens schetsen past echter volledig bij de Peugeot die meerdere keren vertrekt bij de woning van de verdachte en een bakentelefoon die ook op dat moment daar vertrekt. Gelet op de veelheid van momenten is de kans op toeval verwaarloosbaar klein en daarmee een onvoldoende aannemelijk scenario. Gelet op de eerdere vaststelling dat de verdachte in de tenlastegelegde periode de (vaste) gebruiker van de Peugeot is geweest, komt de rechtbank ook tot de conclusie dat de verdachte op 11, 12, 17 en 18 februari 2014 de gebruiker van de bakentelefoon en/of de TomTom is geweest.
Naast de overeenkomende registraties van de Peugeot, de TomTom en de bakentelefoon [IMEI-nummer 2] , zijn er meer aanwijzingen dat de verdachte de gebruiker van bakentelefoon [IMEI-nummer 2] is geweest. Zo volgt uit de administratie van [medeverdachte 1] dat er op 18 februari 2014 een bedrag van 4.6d (de rechtbank begrijpt € 4.600) uitgaat aan [bijnaam verdachte] voor 2 PGP’s en een foto telf. Volgens de politie worden hiermee PGP-telefoons en een telefoon bedoeld. Uit zendmastgegevens blijkt dat de bakentelefoon op 18 februari 2014 een zendmast dichtbij het adres [adres] in [plaats] gebruikt. Op dit adres is [bedrijf 2] B.V. gevestigd. De bakentelefoon straalt in de relevante periode verder niet aan in Arnhem, de rechtbank ziet daarom een betekenisvol verband tussen de betaling aan [bijnaam verdachte] en de aanwezigheid van de bakentelefoon in Arnhem. Het is een feit van algemene bekendheid dat in spyshops PGP-telefoons te koop zijn. Uit het dossier volgt ook dat leden van de criminele organisatie, waaronder de verdachte, gebruik maakten van de diensten van de [bedrijf 2] . Deze betaling aan de verdachte voor (PGP)telefoons, waarvan het aannemelijk is dat deze bij [bedrijf 2] worden verkocht, vormt, naast de overeenkomende registraties, een aanwijzing voor het bezit van de bakentelefoon van de verdachte op 18 februari 2014. Ook merkt de rechtbank in dit verband op dat, zoals uit onderzoek Brand zal blijken, de verdachte ook op dagen in januari 2014 als de gebruiker van deze bakentelefoon kan worden aangemerkt.
Locatiegegevens van de bakenapparatuur en de TomTom
11 februari 2014
Op 11 februari 2014 komen de gebruikte zendmasten van de bakentelefoon en de registraties van de Peugeot op meerdere momenten met elkaar overeen. Zo straalt de bakentelefoon om 14:40 uur en om 14:55 uur aan in IJsselstein. Om 14:46 uur, 14:51 uur en om 14:59 uur heeft de Peugeot ook registraties in IJsselstein. De bakentelefoon gebruikt om 17:44 uur een zendmast in Utrecht en de Peugeot wordt om 17:49 uur ook in Utrecht geregistreerd. Om 20:14 uur heeft de Peugeot opnieuw een registratie in Utrecht en om 20:15 uur straalt ook de bakentelefoon in Utrecht aan.
Om 21:48 uur start de triplog van de TomTom op de [straat] in [woonplaats] . De TomTom rijdt vervolgens via de [straat] naar de [straat] . De politie merkt op dat de [straat] (zeer) dicht in de buurt van de [adres] in [woonplaats] ligt, hetgeen destijds het verblijfadres van de verdachte was.
In de avond komen de registraties van de TomTom en de Peugeot op twee momenten exact met elkaar overeen. Zo hebben de TomTom en de Peugeot allebei op de N210 bij IJsselstein om 22:11:30 uur, ter hoogte van hectometerpaal 46,4 en om 22:13:55 uur, ter hoogte van hectometerpaal 49,1 registraties. Tien minuten later, komen de registraties van de Peugeot en de bakentelefoon met elkaar overeen. Zo verplaatst de TomTom zich om 22:21 uur op de A12 bij De Meern. Op hetzelfde moment gebruikt bakentelefoon [IMEI-nummer 2] een zendmast in De Meern. Om 22:23 uur bevindt de TomTom zich op de A12 tussen Harmelen en Woerden. Op dat tijdstip gebruikt de bakentelefoon [IMEI-nummer 2] een zendmast in Woerden. De laatste registratie van de Peugeot is om 23:35 uur bij IJsselstein.
Tussenconclusie
Gelet op de start van de TomTom vlakbij de woning van de verdachte en de
overeenkomende registraties van de TomTom, de Peugeot en de bakentelefoon, stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 11 februari 2014 de gebruiker van de bakentelefoon en TomTom is geweest. Aangezien het baken onder de auto van [slachtoffer 3] correspondeerde met de bakentelefoon, betekent dit dat de verdachte op 11 februari 2014 informatie van het baken over de verblijflocaties van [slachtoffer 3] heeft ontvangen.
12 februari 2014
Ook op deze dag is te zien dat zowel de registraties van de Peugeot als de bakentelefoon én de registraties van de TomTom en de bakentelefoon met elkaar overeenkomen, waaruit geconcludeerd kan worden dat de Peugeot, de bakentelefoon en de TomTom in gebruik waren bij eenzelfde persoon. Dit blijkt uit de volgende technische gegevens.
Gedurende de middag komen de registraties van de bakentelefoon en de Peugeot met elkaar overeen. Zo gebruikt de bakentelefoon om 11:49 uur en 11:51 uur zendmasten in IJsselstein, en wordt de Peugeot om 12:00 uur en 12:03 uur ook in IJsselstein geregistreerd. Om 13:12 uur en 13:40 uur heeft de Peugeot opnieuw registraties in IJsselstein. De bakentelefoon straalt om 13:29 uur ook aan in IJsselstein. Vervolgens wordt de Peugeot om 13:55 uur weer geregistreerd in IJsselstein en maakt de bakentelefoon om 13:59 uur ook gebruik van een zendmast in IJsselstein.
Om 14:28 uur wordt de Peugeot geregistreerd op de N210 in IJsselstein, ter hoogte van hectometerpaal 49.1. Om 14:29 uur maakt de bakentelefoon verbinding met een zendmast in Nieuwegein. Uit de visuele weergave van de VID-kastjes in het dossier, leidt de rechtbank af dat het VID-kastje langs de N210 in IJsselstein, ter hoogte van hectometerpaal 49.1, zich nabij Nieuwegein bevindt. Vanaf 14:29 uur is te zien dat de bakentelefoon zich in de richting van Bergen op Zoom verplaatst. De Peugeot heeft tot 17:38 uur geen registraties.
Vervolgens is te zien dat de bakentelefoon en de TomTom op overeenkomstige momenten in Bergen op Zoom zijn, waarna zij beide naar Steenbergen verplaatsen. De bakentelefoon gebruikt om 15:19 uur zendmasten in Bergen op Zoom, en de TomTom is vanaf 15:20 uur in Bergen op Zoom. Hierna bevinden zowel de bakentelefoon als de TomTom zich (afwisselend) in Bergen op Zoom en Halsteren.Vervolgens verplaatsen zowel de TomTom als de bakentelefoon naar Steenbergen. De TomTom bevindt zich tussen 15:41 uur en 15:47 uur in Steenbergen. De bakentelefoon gebruikt om 15:55 uur een zendmast in Steenbergen. Zoals hierboven uitgewerkt, wordt de TomTom deze dag gebruikt om (mogelijke) vluchtroutes te verkennen en voorverkenningen bij de werkadressen van [slachtoffer 3] te verrichten. Doordat de TomTom hierna wordt uitgezet, zijn er geen registraties meer van de TomTom op deze dag. Om 17:38 uur en 17:41 uur heeft de Peugeot weer registraties in IJsselstein. Enkele minuten hierna (om 17:49 uur) gebruikt ook de bakentelefoon weer een zendmast in IJsselstein. Om 19:13 uur straalt de bakentelefoon weer een zendmast in IJsselstein aan en om 19:20 uur wordt de Peugeot ook weer in IJsselstein geregistreerd. De Peugeot en de bakentelefoon hebben (respectievelijk) om 19:48 uur en 19:49 uur opnieuw registraties in IJsselstein.
Tussenconclusie
De registraties van de Peugeot en de gebruikte zendmasten van de bakentelefoon komen op deze dag op meerdere momenten met elkaar overeen. Opvallend daarbij is dat zowel de laatste registratie voor het vertrek uit IJsselstein, als de eerste registratie bij de terugkomst in IJsselstein, overeenkomen met de registraties van de Peugeot. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verdachte op 12 februari 2014 ook de gebruiker van de bakentelefoon is geweest.
Ook de locatiegegevens van de bakentelefoon en de TomTom komen met elkaar overeen, wat erop wijst dat de gebruiker van de bakentelefoon (de verdachte) op deze dag ook de gebruiker van de TomTom is geweest. Eerder is vastgesteld dat de TomTom op 12 februari 2014 gebruikt is bij het verrichten van voorverkenningen en het verkennen van de vluchtroute. Dit maakt dat de verdachte op 12 februari 2014 niet alleen informatie van het baken over de dagelijkse routine en (regelmatige) verblijflocaties van [slachtoffer 3] heeft ontvangen, maar ook voorverkenningen heeft verricht en de vluchtroute heeft verkend.
17 februari 2014
Ook op 17 februari 2014 komen de registraties van de Peugeot en de gebruikte zendmasten van de bakentelefoon met elkaar overeen. Zo wordt de Peugeot om 09:34 uur in IJsselstein geregistreerd en gebruikt de bakentelefoon om 09:36 uur ook een zendmast in IJsselstein. De bakentelefoon en de Peugeot hebben (respectievelijk) om 10:27 uur en 10:28 uur registraties in IJsselstein. Om 10:34 uur hebben zowel de bakentelefoon als de Peugeot registraties in Benschop.
Vanaf 15:25 uur gebruikt de bakentelefoon zendmasten in Steenbergen. De bakentelefoon maakt op dat moment gebruik van een zendmast, die de telefoon van [slachtoffer 3] en het baken (respectievelijk) om 14:27 uur en 15:30 uur ook gebruiken. Om 16:38 uur gebruikt het baken een zendmast in een ander deel van Steenbergen. Deze zendmast wordt even later ook door de bakentelefoon (om 16:46 uur) en de telefoon van [slachtoffer 3] (om 17:07 uur) gebruikt.
Om 18:59 uur gebruiken de bakentelefoon en het baken verschillende zendmasten. Zo straalt de bakentelefoon in Utrecht aan, terwijl het baken op dat moment nog in Steenbergen is.
Tussenconclusie
Gelet op de overeenkomende registraties van de Peugeot en de gebruikte zendmasten van de bakentelefoon, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte op 17 februari 2014 ook de gebruiker van de bakentelefoon is geweest.
Gedurende ongeveer anderhalf uur straalt de bakentelefoon in Steenbergen dezelfde zendmasten aan als het baken en [slachtoffer 3] , hetgeen past bij fysieke observatie van [slachtoffer 3] . Daarmee heeft de verdachte op 17 februari 2014 niet alleen informatie van het baken ontvangen, maar ook [slachtoffer 3] fysiek geobserveerd.
18 februari 2014
Ook op 18 februari 2014 komen de registraties van de Peugeot en de bakentelefoon op meerdere momenten overeen. Zo maakt de bakentelefoon om 16:09 uur gebruik van een zendmast in Utrecht en wordt de Peugeot om 16:16 uur ook in Utrecht geregistreerd. Om 17:02 uur straalt de bakentelefoon aan in Nieuwegein. Dit is nabij IJsselstein. Een minuut later (om 17:03 uur) wordt de Peugeot in IJsselstein geregistreerd. Om 18:58 uur wordt de Peugeot bij het verkeersplein richting Nieuwegein en Utrecht (wijk Lunetten) geregistreerd. Om 19:02 uur gebruikt de bakentelefoon een zendmast in Utrecht Lunetten. De politie merkt op dat dit vlakbij de plek is waar de Peugeot vier minuten eerder werd geregistreerd.
Van 20:32 uur tot 21:02 uur gebruikt de bakentelefoon zendmasten in Steenbergen. De telefoon van [slachtoffer 3] gebruikt de gehele dag ook zendmasten in Steenbergen.
Vanaf 21:02 uur gebruikt de bakentelefoon weer zendmasten langs de route van Steenbergen naar IJsselstein. Zo straalt de bakentelefoon aan in Roosendaal, Rotterdam en Gouda. Om 23:02 uur gebruikt de bakentelefoon weer een zendmast in IJsselstein, op datzelfde moment wordt de Peugeot ook in IJsselstein geregistreerd.
Tussenconclusie
De registraties van de Peugeot en de gebruikte zendmasten van de bakentelefoon komen op deze dag op meerdere momenten met elkaar overeen. Opvallend daarbij is dat zowel de laatste registratie voor het vertrek uit IJsselstein, als de eerste registratie bij de terugkomst in IJsselstein, overeenkomen met de registraties van de Peugeot. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verdachte op 18 februari 2014 ook de gebruiker van de bakentelefoon is geweest.
Gedurende een halfuur lang straalt de bakentelefoon in Steenbergen uit, terwijl [slachtoffer 3] zich deze (gehele) dag ook in Steenbergen bevindt. Dit past zowel bij het verrichten van voorverkenningen als het fysiek observeren van [slachtoffer 3] . Dit maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de verdachte (als bezitter van de bakentelefoon) op 18 februari 2014 niet alleen informatie over [slachtoffer 3] van het baken heeft ontvangen, maar daarnaast ook voorverkenningen heeft verricht dan wel [slachtoffer 3] fysiek heeft geobserveerd.
19 februari 2014
Op 19 februari 2014 komen de registraties van de Peugeot niet overeen met de bakentelefoon en de TomTom, waardoor deze niet in gebruik bij dezelfde persoon kunnen zijn.
Zo worden (zoals hierboven vastgesteld) met de TomTom van 10:30 uur tot 15:18 uur voorverkenningen verricht bij het woonadres en de werkadressen van [slachtoffer 3] in [plaats] . De Peugeot heeft om 14:26 uur een registratie in IJsselstein, om 15:20 uur bij Kerk-Avezaath en vanaf 15:40 uur weer in IJsselstein.
Ook op het moment dat het baken onder de auto van [slachtoffer 3] wordt verwijderd, kan niet worden vastgesteld dat dit door de gebruiker van de Peugeot (en dus de verdachte) is gebeurd. Zo gebruikt de bakentelefoon vanaf 00:21 uur zendmasten van IJsselstein naar Steenbergen. De Peugeot had geen registraties rond dit tijdstip of in het uur daaraan voorafgaand, zodat niet gesteld kan worden dat de bakentelefoon en de Peugeot door eenzelfde persoon worden gebruikt.
Tussenconclusie
Op 19 februari 2014 komen de registraties van de Peugeot, de bakentelefoon en de TomTom niet met elkaar overeen. Nu er geen (andere) aanwijzingen zijn dat de verdachte op deze dag de gebruiker van de bakentelefoon of de TomTom is geweest, komt de rechtbank tot de conclusie dat (een) ander(en) dan de verdachte op 19 februari 2014 gebruiker(s) van de bakentelefoon én de TomTom is/zijn geweest.
In de periode 6 en 7 januari 2014: bakentelefoon [IMEI-nummer 4] en baken [IMEI-nummer 5]
De rechtbank stelt hieronder vast dat [slachtoffer 3] ook op 6 en 7 januari 2014 is geobserveerd. Doordat de Peugeot op de relevante momenten op deze dagen geen registraties heeft en op deze dagen geen andere leden uit de criminele organisatie in beeld komen, kan niet worden vastgesteld welk lid van de criminele organisatie op 6 en 7 januari 2014 de gebruiker van de bakenapparatuur is geweest. Wel acht de rechtbank deze dagen van belang, omdat de bakenapparatuur evident gebruikt is bij de observaties van [slachtoffer 3] en de voorverkenningen in Steenbergen voorafgaand aan het schietincident op 11 januari 2014. Deze apparatuur is eveneens gebruikt dan wel (indirect) te linken (zie paragraaf 3.1) aan gebruikte bakenapparatuur bij de moord op [slachtoffer 3] en onderzoek Brand. De rechtbank komt tot deze conclusie op basis van technische gegevens van bakenapparatuur, die in onderstaande paragrafen (met bijbehorende tussenconclusies) worden besproken.
6 januari 2014: plaatsing van het baken en digitale observatie [slachtoffer 3]
Vanaf 01:04 uur gebruiken zowel baken [IMEI-nummer 5] als bakentelefoon [IMEI-nummer 4] op dezelfde tijdstippen overeenkomende zendmasten langs de route naar Steenbergen. Zo stralen de bakentelefoon en het baken allebei om 01:04 uur aan bij Bosschenhoofd en om 01:17 uur bij Bergen op Zoom. Van 01:27 uur tot 01:47 uur gebruiken zowel het baken als de bakentelefoon zendmasten in Steenbergen. In de ochtend gebruiken de bakentelefoon en het baken zendmasten op verschillende plaatsen. Zo maakt het baken om 10:46 uur (nog steeds) gebruik van een zendmast in Steenbergen, terwijl de bakentelefoon om 11:07 uur een zendmast in Utrecht gebruikt.
Vanaf 12:02 uur is te zien dat het baken [IMEI-nummer 11] en het telefoonnummer van [slachtoffer 3] op (ongeveer) dezelfde tijdstippen aanstralen in overeenkomende plaatsen. Zo stralen het baken en het telefoonnummer van [slachtoffer 3] (respectievelijk) om 12:02 uur en 12:03 uur aan in Willemstad. Om 12:25 uur gebruiken zowel het baken als het telefoonnummer van [slachtoffer 3] zendmasten in Barendrecht. Het baken en het telefoonnummer van [slachtoffer 3] stralen (respectievelijk) om 15:07 uur en 15:08 uur weer aan in Steenbergen. Dit maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat in de nacht van 6 januari 2014 een baken onder de auto van [slachtoffer 3] is geplaatst, waarna met behulp van het baken informatie is verkregen over de dagelijkse routine en (regelmatige) verblijfadressen van [slachtoffer 3] .
7 januari 2014: digitale observatie [slachtoffer 3] en voorverkenningen in Steenbergen
Ook op 7 januari 2014 is te zien dat het telefoonnummer van [slachtoffer 3] en baken [IMEI-nummer 11] op dezelfde tijdstippen aanstralen in dezelfde steden/dorpen. Zo gebruiken om 09:43 uur zowel het baken als het telefoonnummer van [slachtoffer 3] zendmasten in Steenbergen. Het baken en het telefoonnummer van [slachtoffer 3] stralen vervolgens allebei op hetzelfde tijdstip (om 10:48 uur) aan in Heinenoord. Om 13:53 uur stralen het baken en het telefoonnummer van [slachtoffer 3] beide aan in Rotterdam. Dit maakt dat rechtbank ervan uitgaat dat het baken op 7 januari 2014 zich nog onder de auto van [slachtoffer 3] bevond.
Van 14:45 uur tot 14:57 uur gebruikt de bakentelefoon zendmasten in Steenbergen. De bakentelefoon verplaatst zich vervolgens naar Roosendaal. Van 16:03 uur tot 16:18 uur maakt de bakentelefoon opnieuw gebruik van zendmasten in Steenbergen. De bakentelefoon verplaatst zich weer naar Roosendaal, om vervolgens om 19:20 uur weer terug in Steenbergen te komen. Van 19:20 uur tot 19:28 uur gebruikt de bakentelefoon zendmasten in Steenbergen, waar het baken ook gebruik van maakt. Het telefoonnummer van [slachtoffer 3] straalt rond dit tijdstip (19:41 uur) ook aan in Steenbergen.
Tussenconclusie
De gebruiker van de bakentelefoon heeft op 7 januari 2014 met behulp van het baken informatie verkregen over de dagelijkse routine en (regelmatige) verblijfadressen van [slachtoffer 3] . Daarnaast is te zien dat de bakentelefoon in de middag meerdere malen in Steenbergen komt, wat erop wijst dat de gebruiker van de bakentelefoon voorverkenningen in de Steenbergen heeft verricht.