ECLI:NL:RBMNE:2026:4302
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/2847 en UTR 25/2849
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Het college heeft een omgevingsvergunning aan vergunninghouder verleend voor het bouwen van een aanbouw aan de zijkant van zijn woning (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Eisers wonen schuin tegenover het perceel van vergunninghouder, aan de zijde waar de aanbouw is voorzien. Zij zijn het niet eens met de omgevingsvergunning. Eisers vinden dat het college bij de beoordeling van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties meer gewicht had moeten toekennen aan hun belangen, waaronder privacy en daglichttoetreding, dan aan het belang van vergunninghouder om zijn woning uit te breiden. Zij hopen met hun beroep te bereiken dat het bouwplan niet doorgaat. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen van eisers ongegrond zijn, omdat het college een zorgvuldige beoordeling heeft gemaakt of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en daarbij in redelijkheid meer gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van vergunninghouder om te bouwen dan aan de belangen van eisers. Dat betekent dat de verleende omgevingsvergunning in stand blijft.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.