ECLI:NL:RBMNE:2026:4972
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/6297
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Beroep tegen verlenging huisverbod op grond van Wet tijdelijk huisverbod. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit niet in stand kan blijven, omdat op basis van de RiHG niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van ernstig en onmiddellijk gevaar of een ernstig vermoeden daarvan. Nadat de burgemeester nadere stukken heeft ingediend, is wel aannemelijk geworden dat er sprake is van ernstig en onmiddellijk gevaar of een ernstig vermoeden daarvan. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat er na oplegging van het huisverbod niets wezenlijks is veranderd en daarmee het ernstige vermoeden van gevaar zich heeft voortgezet. Uit het verlengingsbesluit en het zorgadvies volgt immers dat eiser niet open staat voor behandeling of begeleiding.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.