ECLI:NL:RBMNE:2026:4979
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/5878
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie
Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Het bedrijf van verzoekster verkeert in financiële problemen. Zij heeft het college van B&W gevraagd om bedrijfskapitaal als gevestigd zelfstandige (Bbz-aanvraag). De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college op basis van het adviesrapport van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) de Bbz-aanvraag heeft mogen afwijzen. Uit het IMK-adviesrapport volgt dat het bedrijf van verzoekster in de huidige omstandigheden niet levensvatbaar is. Hoewel het rapport onvoldoende duidelijk is over het gewicht dat is toegekend aan het feit dat een voormalige onderneming van de echtgenoot van verzoekster failliet is, volgt uit het rapport dat het bedrijf van verzoekster geen afloscapaciteit heeft. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht om te twijfelen aan de juistheid hiervan. De openstaande vordering die zij heeft, maakt dit niet anders. Het is namelijk nog niet duidelijk óf de vordering zal worden toegewezen, en zo ja, tot welke hoogte. Verder is nog onzeker wanneer (na eventuele toewijzing van de vordering) er een bedrag zal worden uitbetaald of verhaald.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.