ECLI:NL:RBMNE:2026:5036
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 24/4926
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de gang van zaken waarbij eiser, in een veel later stadium van de procedure, geheel nieuwe beroepsgronden (over de WOZ-waarde van de woning) heeft aangevoerd, in strijd is met de goede procesorde. Tijdens de bezwaarfase heeft onderling overleg plaatsgevonden tussen partijen en dit heeft ertoe geleid dat in de uitspraak op bezwaar de WOZ-waarde van de woning is verlaagd. In het beroepschrift voert eiser aan dat het enige geschilpunt de proceskostenvergoeding is. Daarmee heeft eiser het geschil expliciet beperkt. Als eiser dan maanden later ook de WOZ-waarde in het geschil wil betrekken, is dat in strijd met de goede procesorde. De rechtbank laat deze beroepsgronden daarom buiten beschouwing. Hieruit volgt dat het geschil zich beperkt tot het verzoek om een vergoeding van de proceskosten. Eiser heeft dit verzoek echter ingetrokken. Daarmee is het procesbelang komen te vervallen. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.