ECLI:NL:RBMNE:2026:5146
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/3240
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Uht, Wht. Beroep tegen gedeeltelijke afwijzing overname schulden in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Naar het oordeel van de rechtbank heeft Dienst Toeslagen zich terecht op het standpunt gesteld dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4.1, tweede lid, van de Wht omdat ten aanzien van beide schulden geldt dat beide schuldeisers in reactie op het verzoek van SBN om een saldo-opgave hebben aangegeven dat er nimmer sprake is geweest van een (betalings-)achterstand. Dienst Toeslagen heeft daarom mogen aannemen dat er geen sprake is van een opeisbare vordering. De rechtbank vindt echter wel dat in deze zaak de hardheidsclausule had moeten worden toegepast. Het is voldoende aannemelijk gemaakt dat de ernstige problematiek van eiser wordt versterkt door de financiële stress die eiser ervaart, waar de schulden waar het hier om gaat onderdeel van zijn. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank past de hardheidsclausule van artikel 9.1 van de Wht zelf toe en bepaalt dat verweerder de schuld bij Freo ter hoogte van € 25.000,- en de schuld bij Rabobank Nederland ter hoogte van € 1.200,- overneemt. Eiser krijgt ook een vergoeding van het door hem betaalde griffierecht en de door hem gemaakte proceskosten.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.