ECLI:NL:RBMNE:2026:5533
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- C/16/607468 / FO RK 26-238
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Inhoudsindicatie
wijziging hoofdverblijf, zorgregeling en kinderalimentatie. afspraken uit ouderschapsplan nooit gestart/ nagekomen.
Uitspraak
1 De procedure
1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift met bijlage 1 van de vrouw, binnengekomen op 24 februari 2026;
het bericht met bijlagen 2 tot en met 4 van de vrouw van 27 februari 2026;
het bericht met bijlage 5 van de vrouw van 27 februari 2026
het verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 11 van de man van 16 april 2026, met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken);
het bericht met bijlage 12 van de man van 8 juni 2026;
het verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 6 van de vrouw op de zelfstandige verzoeken van de man van 8 juni 2026.
1.2
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
de vrouw met haar advocaat;
de man met zijn advocaat;
de heer [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
Tijdens de zitting heeft de vrouw haar salarisspecificatie van de maand mei 2026 overgelegd.
1.3
De rechtbank heeft de minderjarigen [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] , de zoon en dochter van partijen, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2 Waar de procedure over gaat
2.1
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad.
2.2
Zij hebben samen twee kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] .
[minderjarige 1 (voornaam)] staat ingeschreven op het adres van de man. [minderjarige 2 (voornaam)] staat ingeschreven op het adres van de vrouw.
2.3
Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over de kinderen nemen.
2.4
Partijen hebben in een op 11 december 2023 door hen ondertekend ouderschapsplan onder andere het volgende afgesproken:
[minderjarige 1 (voornaam)] volgt de hoofdverblijfplaats van de man en [minderjarige 2 (voornaam)] volgt de hoofdverblijfplaats van de vrouw;
er is sprake van co-ouderschap;
er wordt gebruik gemaakt van een kinderrekening, waar de man € 250,- op stort en de vrouw € 121,- op stort. De ontvangen kinderbijslag wordt rechtstreeks op de kinderrekening bijgeschreven.
2.5
De vrouw verzoekt de rechtbank om het ouderschapsplan te wijzigen en te bepalen dat:
I. de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1 (voornaam)] bij de vrouw zal zijn en daar ingeschreven zal worden door de vrouw, althans aan haar vervangende toestemming daartoe te verlenen;
II. de man een zorgregeling zal krijgen waarbij de kinderen om de week van zondagmiddag 12.00 uur tot maandagochtend bij de man zullen zijn;
III. de man aan de vrouw maandelijks bij vooruitbetaling dient te betalen € 568,- per maand voor beide kinderen, aldus € 284,- per maand per kind, met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2025, subsidiair vanaf 24 september 2025, meer subsidiair vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift, of per datum van de beschikking althans een zodanig bedrag vanaf een bepaalde datum in goede justitie te bepalen,
waarbij de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd.
2.6
De man is het niet eens met de verzoeken van de vrouw en wil dat de vrouw in haar verzoeken niet-ontvankelijk wordt verklaard of dat de verzoeken worden afgewezen. Daarnaast verzoekt de man de rechtbank – als zelfstandige verzoeken – om:
i. te bepalen dat de vrouw het totaalbedrag dat zij van de bankrekening van de kinderen heeft gehaald op 7 januari 2026 ten bedrage van in totaal € 3.756,07 binnen 7 dagen na de te wijzen beschikking voldoet op de bankrekening van de kinderen: [rekeningnummer] , dan wel subsidiair te bepalen dat het bedrag van
€ 3.756,07 respectievelijk het bedrag van € 2.650,- (€ 2.400,- voorschot voor 2026 + € 250,- op 29 december 2025 betaalde bijdrage voor januari 2026) dat de vrouw van de kindrekening heeft afgehaald, vermeerderd met de door de man tot op heden maandelijks op de kindrekening gestorte € 50,-, door de man kan worden verrekend met zijn bijdrage voor de kinderen voor de periode 2026 en eventueel erna;
te bepalen dat de vrouw de zorg- en contactregeling als opgenomen in het ouderschapsplan van 11 december 2023 dient na te komen op straffe van een dwangsom van € 200,- per dag of dagdeel dat zij deze regeling niet nakomt;
en voorwaardelijk indien de rechtbank besluit tot een gewijzigde bijdrage van de man in de kosten van de kinderen te voldoen aan de vrouw
te bepalen dat het eventuele tekort/aanvullende bedrag dat de man de vrouw hierdoor moet voldoen dan wel de per beschikking gewijzigde bijdrage die de man vanaf beschikking moet voldoen, door de man verrekend mag worden met het door de man reeds betaalde — en door de vrouw toegeëigende- bedrag van € 3.756,07 respectievelijk het bedrag van € 2.650,- (€ 2.400,- voorschot voor 2026 + € 250,- op 29 december 2025 betaalde bijdrage voor januari 2026) dat de vrouw van de kindrekening heeft afgehaald, vermeerderd met het door de man tot op heden maandelijks op de kindrekening gestorte bedrag van € 50,-.
2.7
De vrouw is het niet eens met de zelfstandige verzoeken van de man en wil dat deze worden afgewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.