ECLI:NL:RBMNE:2026:5704
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- C/16/586116 / FO RK 24-1532
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
Inhoudsindicatie
Verhuiszaak en hoofdverblijf
Uitspraak
1 De procedure
1.1
De rechtbank heeft op 13 februari 2025 en 27 februari 2026 beschikkingen gegeven in deze zaak. In de beschikking van 27 februari 2026 is de beslissing op de verzoeken over de hoofdverblijfplaats, de inschrijving op een basisschool en de inschrijving bij een huisarts aangehouden tot een nader te bepalen zitting van de meervoudige kamer, en is over de andere verzoeken een eindbeslissing gegeven.
1.2
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
de aanvullende onderbouwing van de verzoeken van de vrouw (met bijlagen) van 29 juni 2026;
het verweerschrift van de man (met bijlagen) met aanvullende verzoeken van 30 juni 2026;
het bericht van de vrouw (met bijlagen) van 3 juli 2026;
het bericht van de vrouw (met bijlage) van 6 juli 2026;
het bericht van de man (met bijlage) van 6 juli 2026;
het bericht van de man (met bijlage) van 7 juli 2026.
1.3
Naar aanleiding van een aanvullend verzoek van de vader tijdens de zitting (zie ook rechtsoverweging 2.8) is besproken dat de moeder nog de gelegenheid zou krijgen om op dit aanvullende verzoek te reageren, waarna de vader vervolgens nog een termijn zou krijgen voor een reactie. De rechtbank heeft na de zitting nog de volgende stukken ontvangen:
een verweerschrift van de moeder (met bijlage) van 13 juli 2026;
de brief van de vader (met bijlagen) van 14 juli 2026
een bericht van de moeder van 16 juli 2026;
een tweede bericht van de moeder van 16 juli, met bijlagen.
1.4
De rechtbank constateert dat de moeder zich in het verweerschrift van 13 juli 2026 niet beperkt heeft tot de tijdens de zitting door de man ingediende aanvulling op zijn verzoeken, namelijk dat vervangende toestemming wordt verleend om [minderjarige] in te schrijven voor de [school 1] in [plaats 1] . De vrouw heeft echter van de rechtbank alleen de gelegenheid gekregen om in te gaan op een eventuele inschrijving bij deze specifieke school en had zich dus daartoe moeten beperken. Vervolgens heeft de vader -zekerheidshalve- uitgebreid gereageerd op het stuk van de moeder. Voorzover beide partijen in hun stukken ingaan op andere punten dan de inschrijving voor de [school 1] laat de rechtbank deze stukken buiten beschouwing.
1.5
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van de meervoudige kamer van 9 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de vader met zijn advocaat;
de moeder met haar advocaat;
de heer [A.] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
1.6
De rechtbank heeft [minderjarige] , de driejarige dochter van de ouders, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.