ECLI:NL:RBMNE:2026:5963
Rechtbank Midden-Nederland
- Uitspraak
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/202
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep met de rapporten voldoende heeft gemotiveerd dat de arbeidsongeschiktheid van eiseres op datum in geding niet duurzaam was. Ten aanzien van de verhoging op grond van hulpbehoevendheid is de rechtbank van oordeel dat eiseres daar niet voor in aanmerking komt. Van belang is dat iemand continue een oppassing nodig heeft. Van een dergelijke situatie is niet gebleken. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een verhoging van haar WIA-uitkering tot 100%. De rechtbank is ook van oordeel dat eiseres geen recht heeft op een verhoging tot 85%. Dat eiseres een PGB ontvangt, omdat zij hulp nodig heeft bij het wassen, afdrogen en aankleden, doet op zichzelf geen afbreuk aan de conclusie.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.