1 De procedure
Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 maart 2022 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd wegens, kort gezegd, verkrachting en twee verschillende feitelijke aanrandingen van de eerbaarheid.
De termijn van de tbs-maatregel is gestart op 11 augustus 2024 en is nog niet eerder verlengd.
De onderhavige vordering is op 5 juni 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
een advies als bedoeld in artikel 6:6:12 lid 1, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van Fivoor FPC de Kijvelanden (hierna ook: de kliniek) van 22 mei 2026, opgemaakt door [deskundige 1], psychiater en plaatsvervangend hoofd van de instelling, en [deskundige 2], klinisch psycholoog/psychotherapeut en coördinerend regiebehandelaar en
afschriften van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b, Sv.
Op 23 juli 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige [deskundige 3], GZ-psycholoog en coördinerend regiebehandelaar bij de kliniek. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. R. Visser, en de raadsman van de betrokkene, mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.
Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank direct (mondeling) uitspraak gedaan.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.