Procesverloop en feiten
3.1.
Eisers wonen op [straat] [nummer 5] , als directe buren aan de oostzijde van het perceel van de buurman op [straat] [nummer 2] . Op 9 oktober 2020 hebben eisers een verzoek om handhaving ingediend. Het verzoek zag op een aantal verbouwingen aan de woning van de buurman. Volgens eisers is de oostelijke zijbeuk zonder vergunning uitgebreid richting, en gedeeltelijk over, hun erfgrens. Het verzoek zag ook op een zonder de benodigde vergunning gebouwde dakopbouw op en tegen het oostelijke zadeldak van de woning – in wezen een grote dakkapel die aansloot op de dakvoet en grensde aan de zijkant van het dak aan de voorzijde van de woning. Eisers hadden aan het handhavingsverzoek mede ten grondslag gelegd de stelling dat de buurman bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (BW) overtrad, te weten bouwen over de erfgrens en het hebben van een venster (in de dakopbouw) binnen twee meter van de erfgrens.
3.2.
Het college heeft op 3 maart 2021 aan de buurman aangekondigd voornemens te zijn het verzoek toe te wijzen voor wat betreft de dakopbouw en de oostelijke zijbeuk, voor zover die voorbij de voorgevel is doorgetrokken, waardoor een uitbouw voor de voorgevel is ontstaan (hierna: vooruitbouw). Voor de vooruitbouw beschikte de buurman volgens het college niet over de vereiste omgevingsvergunning.
3.3.
Op 19 april 2021 heeft een toezichthouder van het college een controle uitgevoerd op het perceel. De constateringen zijn opgenomen in het controlerapport van 26 april 2021. Volgens de toezichthouder komen de maten van de woning (zonder de vooruitbouw) vrijwel overeen met de (binnen)maten zoals opgenomen op de tekening/plattegrond bij een vergunning voor een ‘plan vertimmeren’ uit 1912.
3.4
De buurman heeft op 13 mei 2021 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning ter legalisering van de vooruitbouw en de wijziging van het licht schuine dak op de oostelijke zijbeuk in een plat dak.
3.5.
Op 23 december 2021 heeft het college (voor de eerste maal) de omgevingsvergunning verleend voor de vooruitbouw. Hier hebben eisers bezwaar tegen gemaakt. In de beslissing op bezwaar van 4 juli 2022 heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten onder aanvulling van de motivering. Hier hebben eisers beroep tegen ingesteld bij de rechtbank (dat beroep is toen geadministreerd onder zaaknummer HAA 22/4102).
3.6.
In het besluit van 5 september 2022 heeft het college het handhavingsverzoek voor wat betreft de oostelijke zijbeuk en de dakopbouw afgewezen. Hier hebben eisers bezwaar tegen gemaakt.
3.7.
In het bestreden (deel)besluit I van 13 juni 2023 (op het bezwaar van eisers tegen het besluit van 5 september 2022 op het verzoek om handhaving) stelt het college dat ten onrechte niet handhavend is opgetreden tegen de dakopbouw omdat is gebleken dat die vergunningplichtig is en niet is vergund. Verder overweegt het college dat de toezichthouder bij de controle op 19 april 2021 al had geconstateerd dat de oostelijke zijbeuk (achterzijde) gesitueerd is op de plek zoals opgenomen in het ‘plan vertimmeren’ uit 1912. Het college zag daarom geen grond tegen het achterste gedeelte van de zijbeuk op te treden. De oostelijke zijbeuk maakt volgens die tekening onderdeel uit van het hoofdgebouw en is dus niet een (recente) uitbreiding/aanbouw richting het perceel van eisers. Voor wat betreft de vooruitbouw – ook een deel van de oostelijke zijbeuk – merkt het college op dat daarvoor de (legaliserende) omgevingsvergunning van 23 december 2021 is verleend, zodat tegen dat deel van de oostelijke zijbeuk niet meer kon worden opgetreden.
De rechtbank merkt hier reeds bij op, dat het college bij het (deel)besluit I nog geen last onder dwangsom voor wat betreft de dakopbouw aan de buurman had opgelegd. Tegen dit (deel)besluit I hebben eisers beroep ingesteld bij de rechtbank. Dat is de beroepszaak HAA 23/4772.
3.8.
In haar uitspraak van 17 augustus 2023 (in de zaak met nummer HAA 22/4102) heeft de rechtbank het besluit van 4 juli 2022 vernietigd, de omgevingsvergunning van 23 december 2021 herroepen en het college opgedragen opnieuw op de aanvraag van de buurman te beslissen. Volgens de rechtbank was onvoldoende duidelijk gemaakt waar de omgevingsvergunning precies betrekking op had.
3.9.
Eisers hebben in de (handhavings)zaak HAA 23/4772 aanvullende reacties en stukken bij de rechtbank ingediend.
3.10.
De rechtbank heeft het beroep HAA 23/4772 op 6 maart 2025 – in andere samenstelling – op een zitting behandeld. De gemachtigde van het college, vergezeld door de gemeenteambtenaren [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , is toen verschenen. Eisers waren hier niet bij aanwezig. De buurman had zich toen (nog) niet gesteld als derde-partij. De rechtbank heeft ter zitting het onderzoek aangehouden en met het college afspraken gemaakt over (het tijdpad voor) de nog resterende besluitvorming. Van de afspraken is proces-verbaal opgemaakt en aan partijen toegezonden.
3.11.
Bij het bestreden (deel)besluit II van 28 april 2025 heeft het college gevolg gegeven aan (de conclusie in) het bestreden (deel)besluit I, dat handhavend zou worden opgetreden. Het college heeft aan de buurman een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot de dakopbouw (afbreken dan wel terugbrengen tot een dakkapel die vergunningvrij is). In het besluit heeft het college ook een aanvullende motivering gegeven op (deel)besluit I waarom ten aanzien van de oostelijke zijbeuk (vooruitbouw en achterzijde) geen sprake (meer) is van een overtreding waartegen handhavend kan worden opgetreden. Voor wat de uitbouw voor de voorgevel betreft, is de omgevingsvergunning van 23 december 2021 weliswaar door de rechtbank herroepen, maar volgens verweerder is er gelet op de aanvraag van 13 mei 2021 en de aanvullende set tekeningen van 31 maart 2025, waarop het college voornemens is inwilligend te beslissen, nog steeds concreet zicht op legalisatie, zodat handhaven tegen die overtreding niet aan de orde is. Eisers hebben, aldus het college, voorts voor wat betreft de achterzijde van de oostelijke zijbeuk onvoldoende concreet (bijvoorbeeld op een kaart) aangegeven waar de oostelijke zijbeuk het bouwvlak en/of de kadastrale grenzen zou overschrijden, één en ander in onderlinge samenhang bezien, (mede) gelet op de historische ontwikkeling van de vergunde bebouwing sinds (in ieder geval) 1912.
3.12.
Eisers hebben bij het college een bezwaarschrift ingediend tegen het bestreden (deel)besluit II.
3.13.
Bij besluit van 21 mei 2025 heeft het college opnieuw op de aanvraag van de buurman van 13 mei 2021 beslist en een omgevingsvergunning verleend voor de aanbouw (inclusief deur) aan de voorzijde en overige wijzigingen aan de oostelijke zijbeuk (veranderen van de dakhelling en dakvlak van licht schuin naar plat dak). Hiertegen hebben eisers bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening hangende het bezwaar.
3.14.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek bij uitspraak van 9 juli 2025 afgewezen omdat een spoedeisend belang bij het verzoek ontbrak (HAA 25/2580).
3.15.
Eisers hebben inzake HAA 23/4772 verdere aanvullende reacties en stukken ingediend.
3.16.
Eisers hebben bij de rechtbank twee beroepen niet tijdig beslissen ingesteld omdat, zo stellen eisers, het college niet tijdig een beslissing had genomen op hun bezwaar tegen de omgevingsvergunning van 21 mei 2025 (HAA 25/5130) en hun bezwaar tegen het bestreden (deel)besluit II (HAA 26/448). Op deze beroepen is tot heden nog niet beslist. Deze beroepen zijn voor de goede orde gelijktijdig met de zaken 23/4772 ter zitting geagendeerd.
3.17.
Bij bestreden besluit III van 11 februari 2026 op het bezwaar van eisers tegen het besluit van 21 mei 2025 heeft het college de aan de buurman verleende omgevingsvergunning in stand gelaten.
3.18.
Eisers hebben een beroepschrift ingediend bij de rechtbank gericht tegen bestreden besluit III (geregistreerd onder HAA 26/1785). Bij afzonderlijk besluit van 11 februari 2026 heeft het college de volledige bestuurlijke dwangsom wegens niet tijdig beslissen toegekend.
3.19.
Het college heeft op de vier aangemaakte beroepszaken van eisers (HAA 23/4772, HAA 25/5130, HAA 26/448 en HAA 26/1785) gereageerd met een verweerschrift. Hierop hebben eisers weer aanvullende reacties en stukken ingediend.
3.20.
De rechtbank heeft de vier aangemaakte beroepszaken op 3 augustus 2026 tegelijkertijd op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van het college vergezeld door msc. [naam 1] en de buurman.