ECLI:NL:RBNHO:2026:11052
Rechtbank Noord-Holland
- Uitspraak
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- HAA 26/3785
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter stelt vast dat de verzetzitting van 28 augustus 2026 betrekking heeft op de buitenzittinguitspraak van 28 mei 2026 waarin de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom niet-ontvankelijk heeft verklaard. In een verzetzaak beoordeelt de verzetrechter uitsluitend of in de buitenzittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. De inhoud van de opgelegde last onder dwangsom en de daarbij behorende begunstigingstermijn maken geen onderdeel uit van deze beoordeling. Onder die omstandigheden heeft verzoeker geen spoedeisend belang bij het treffen van enige voorziening in afwachting van de beslissing op het bezwaar dat verzoeker heeft ingediend tegen het bestreden besluit, zodat er geen grond is voor de voorzieningenrechter om in afwachting van die beslissing een voorziening te treffen. Dat de begunstigingstermijn van de opgelegde last onder dwangsom op 26 augustus 2026 afloopt, leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het college de begunstigingstermijn meerdere keren heeft verlengd en gesteld noch gebleken is dat verdere verlenging niet tot de mogelijkheden behoort.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.