Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBNHO:2026:8170

Rechtbank Noord-Holland

Uitspraak
8 juli 2026
Zaaknummer
HAA 25/3508, HAA 25/5244 en HAA 26/2520
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak

Inhoudsindicatie

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college beide lasten heeft kunnen opleggen en dat het college kon overgaan tot invordering van de van rechtswege verbeurde dwangsom. Eiser heeft in strijd met het bestemmingsplan meerdere overtredingen begaan en heeft daarnaast aanlegwerkzaamheden verricht zonder in het bezit te zijn van een omgevingsvergunning. Daarnaast is legalisatie niet aan de orde en zijn er geen bijzondere omstandigheden gebleken die ertoe hadden moeten leiden dat het college af zou zien van handhaving. Het college kon bovendien overgaan tot invordering van de van rechtswege verbeurde dwangsom, omdat eiser de aanlegwerkzaamheden heeft voortgezet ondanks de opgelegde last onder dwangsom. Daarbij acht de rechtbank van belang dat door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:78), onherroepelijk vast is komen te staan dat eiser niet in het bezit is van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Tot slot komt de rechtbank tot het oordeel dat het college heeft voldaan aan de zorgplicht

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.