ECLI:NL:RBNHO:2026:8536
Rechtbank Noord-Holland
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- HAA 24/3578
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De minister heeft aan eiseres een eis tot naleving van Arbowetgeving gesteld. De eis gaat over de manier waarop voorkomen kan worden dat werknemers van eiseres op Schiphol worden blootgesteld aan dieselmotoremissie. In bezwaar heeft de minister geen feiten en omstandigheden meegewogen die zich na het opleggen van de eis hebben voorgedaan. Het beroep is daarom gegrond.
Uitspraak
De gronden van beroep en de beoordeling daarvan
5. Aviapartner heeft diverse gronden aangevoerd tegen het bestreden besluit. De rechtbank bespreekt de gronden hierna per actie uit de eis tot naleving.
Actie 1 (vervangen van arbeidsmiddelen)
6. De eerste actie die de minister van Aviapartner vergt is dat zij alle diesel aangedreven vliegtuigvoorzieningen, diesel aangedreven voertuigen en andere arbeidsmiddelen vervangt.
7. Aviapartner stelt dat het haar vooral gaat om de gestelde termijn waarin zij aan dit onderdeel van de eis moet voldoen. De termijn voor de overgang naar andere voertuigen in haar vloot is onwerkbaar. Voor een deel van de voertuigvloot die zij inzet voor de werkzaamheden op het platform, is nog geen voldoende functioneel geëlektrificeerd alternatief voorhanden. Bovendien zijn levertijden buitengewoon lang, soms meerdere jaren. Daar komt bij dat elektrificatie een toereikende en goed functionerende (laad)infrastructuur vergt en dat luchthaven Schiphol daarin te kort schiet. De benodigde stroomvraag is veel groter dan de beschikbare capaciteit. Aviapartner kan pas investeringsbeslissingen in vervangende technieken doen als zeker is dat de infrastructuur van Schiphol en dan met name onderstation Rozenburg-Zuid op tijd gereed is. Aviapartner voegt daaraan toe dat zij ondertussen niet stil zit. Zij koerst op volledige vervanging van haar diesel aangedreven voertuigen per 2027, voor zover op dat moment technisch haalbaar.
8. De rechtbank is van oordeel dat de gestelde termijn niet onredelijk is. Daarvoor is in de eerste plaats relevant dat de minister in het bestreden besluit de begunstigingstermijn voor deze actie voldoende heeft gemotiveerd: DME is een kankerverwekkende stof die de gezondheid van werknemers ernstig beschadigt. Iedere blootstelling aan DME is gevaarlijk voor de gezondheid. De termijn moet daarom zo kort mogelijk zijn. De technische uitvoerbaarheid van de vervangings- en minimaliseringsmaatregelen is gebaseerd op de concrete en toekomstige werksituatie bij Aviapartner en op Schiphol. De werksituatie is uitvoerig in kaart gebracht bij de inspecties. De termijn is daarop gebaseerd. Naar verwachting rondt Schiphol in 2027 de realisatie oplaadvoorzieningen elektrische voertuigen af. Bij deze actie is rekening gehouden met de beperkte netwerkcapaciteit tot aan de oplevering van het onderstation Rozenburg-Zuid en de afhankelijkheid van de grondafhandelaren van Schiphol. In de tweede plaats is van belang dat de minister in de brief van 10 juli 2025 de termijn heeft verlengd tot en met 31 december 2027. Op de zitting heeft de minister overigens verklaard dat deze verlenging voor de gehele eis 1 geldt. De rechtbank constateert dat Aviapartner zelf ook deze datum noemt als reëel. Dat de nu geldende termijn onredelijk of onuitvoerbaar zou zijn, is niet gebleken. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Actie 2 (mate en duur van blootstelling minimaliseren)
9. De tweede actie houdt in dat Aviapartner de blootstelling aan DME van haar werknemers op het vliegveld moet minimaliseren, door maatregelen te treffen als DME-vervanging technisch niet haalbaar is. Aviapartner stelt dat ook deze eis onredelijk en onuitvoerbaar is.
10. In beroep stelt Aviapartner dat ook deze eis onredelijk en onuitvoerbaar is. Aviapartner is in grote mate afhankelijk van Schiphol en ondertussen wordt niet stilgezeten. Pas als er duidelijkheid is over de vraag of de infrastructuur van Schiphol voldoende mogelijkheden biedt voor het overschakelen naar die arbeidsmiddelen, kan een investeringsbeslissing worden gemaakt. Gelet op de huidige levertijden is de gestelde termijn tekort.
11. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat bedrijfseconomische en operationele motieven geen rol spelen en tot vervanging dient te worden overgegaan als dat technisch uitvoerbaar is. Vaststaat dat al zeer lang is bekend dat DME een kankerverwekkende stof is die de gezondheid van werknemers ernstig beschadigt en dat niet mag worden doorgewerkt als werknemers blootgesteld worden aan DME. De minister stelt terecht dat Aviapartner de diesel aangedreven arbeidsmiddelen al veel eerder had kunnen en moeten vervangen door een alternatief aangedreven variant, voor zover dit technisch uitvoerbaar was. Het vorenstaande leidt ertoe dat de omstandigheid dat thans nog geen alternatief aangedreven voertuig op de markt is en mogelijk dubbele kosten worden gemaakt (op de nu gebruikte voertuigen en de aanschaf van nieuwe voertuigen) niet maakt dat de minister daarom actie 2 anders had moeten opstellen of daarvan had moeten afzien. Dit geldt temeer nu de minister heeft aangegeven dat als Aviapartner bij de herinspectie zou aantonen dat de leverancier verwacht dat binnen 1 à 2 jaar een elektrische variant van het arbeidsmiddel op de markt komt, niet van haar zal worden geëist dat zij binnen die periode nog een motor vervangt. De conclusie is dat de beroepsgrond faalt.
Actie 3 (periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek)
12. Op basis van de derde actie moet Aviapartner voor haar werknemers die blootgesteld kunnen worden aan gevaarlijke stoffen zorgen, dat het PAGO is gericht op het opsporen van (vroege) gezondheidseffecten en monitoring van deze gezondheidseffecten.
13. Aviapartner stelt dat zij al haar werknemers de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan een PAGO. Sinds januari 2024 wordt de PAGO in vernieuwde opzet uitgevoerd. Aviapartner voert aan dat zij daarvóór ook al uitgebreid stil bij de arbeidsgezondheid van haar werknemers.
14. Volgens de minister is tijdens het inspectiebezoek geconstateerd dat Aviapartner aan haar werknemers geen PAGO aanbiedt waarin de gezondheidsrisico’s voortvloeiend uit
de RI&E zijn opgenomen, zoals blootstelling aan kankerverwekkende uitlaatgassen. Dat Aviapartner inmiddels wel een dergelijke PAGO zou aanbieden, maakt niet dat de eis ten onrechte is gesteld, aldus de minister. Bovendien verliest een eis zijn werking niet als die inmiddels wordt nagekomen.
15. Zoals hiervoor onder 4.3.1 en 4.3.2 al werd overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de minister in de heroverweging in bezwaar eerst moet bezien of het besluit op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de beslissing in primo destijds terecht is genomen. Vervolgens dient de minister feiten en omstandigheden die zich ná de gestelde eis tot naleving hebben voorgedaan bij zijn heroverweging te betrekken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister dit toetsingskader bij actie 3 miskend.
16. Het bestreden besluit dateert van 24 mei 2024. Daarin motiveert de minister deze actie enkel met een verwijzing naar gedane inspecties die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de gestelde eis tot naleving. De minister heeft nagelaten om in de heroverweging de feiten en omstandigheden te betrekken die zich na het stellen van deze eis tot naleving hebben voorgedaan. Dit geldt in het bijzonder voor de brief van de NLA van 5 april 2024 betreffende ‘Herinspectie resultaat’. In die brief staat onder andere dat de NLA van mening is dat Aviapartner voldoende heeft gedaan om de overtreding die aan actie 3 ten grondslag ligt, op te heffen.
17. De minister heeft daarmee het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Het beroep van Aviapartner slaagt om deze reden.
Actie 4 (Plan van Aanpak) onevenredig en onvoldoende zorgvuldig?
18. Samengevat moet Aviapartner op grond van deze actie 4 in haar Plan van Aanpak de maatregelen opnemen die zij gaat treffen.
19. Aviapartner stelt dat de timing in haar optiek niet strookt met wat praktisch haalbaar en werkzaam is. De minister heeft onvoldoende begrip voor hoe de dynamiek op het vliegveld werkt, welke spelers van elkaar afhankelijk zijn en wie het eerst aan zet is voor het uitvoeren van bepaalde aanpassingen of verbeteringen.
20. In de eerder genoemde brief van de NLA van 5 april 2024 staat dat Aviapartner het Plan van Aanpak heeft aangepast, dat termijnen en te ondernemen acties zijn toegevoegd en dat afgeronde acties inzichtelijk zijn. De NLA is van mening dat Aviapartner voldoende invulling heeft gegeven aan het opheffen van de overtreding die aan deze actie ten grondslag ligt.
21. In het bestreden besluit, dat dateert van na die brief, besteedt de minister geen aandacht aan deze herinspectie. De minister heeft dus ook hier nagelaten om in de heroverweging de feiten en omstandigheden te betrekken die zich na het stellen van deze eis tot naleving hebben voorgedaan. De minister heeft daarmee het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Het beroep van Aviapartner slaagt ook om deze reden.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.