ECLI:NL:RBNHO:2026:8894
Rechtbank Noord-Holland
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.21018 en NL26.21019
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie
Dublin Kroatië, beroep ongegrond. Eiseres komt uit Syrië en heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend. Eiseres heeft eerder asiel aangevraagd in Kroatië. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat tussen eiseres en haar dochter geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie, zoals bedoeld in artikel 16 van de Dv. De rechtbank neemt hierbij in acht dat eiseres zich een jaar staande heeft weten te houden in Syrië zonder haar dochter, en alleen vanuit Syrië naar Kroatië en vervolgens naar Nederland is gereisd, ondanks haar gezondheidsproblemen. Ook betrekt de rechtbank hierbij het feit dat eiseres in Nederland niet permanent bij haar dochter verblijft. In het kader van het beroep van eiseres op artikel 17 van de Dv, is de rechtbank van oordeel dat er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uit moet worden gegaan dat eiseres in Kroatië, net als in Nederland, terecht kan voor de benodigde medische zorg. Hier heeft eiseres geen argumenten tegen ingebracht. Voorts heeft verweerder over de band van eiseres met haar dochter kunnen wijzen op het feit dat daarvoor een andere vergunning kan worden aangevraagd en dat de Dublinprocedure daar niet voor is bedoeld. Voorts vormt het analfabetisme van eiseres geen bijzondere omstandigheid in het kader van artikel 17 van de Dv.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.