ECLI:NL:RBNHO:2026:8908
Rechtbank Noord-Holland
- Uitspraak
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- C/15/379697
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort geding
Inhoudsindicatie
Vastlegging zorgregeling conform afspraken tussen partijen en conform reeds bestaande regeling.
Uitspraak
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 11
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 4
- de aanvullende producties 12 en 13 van de moeder
- de akte wijziging eis van de moeder- de mondelinge behandeling van 13 juli 2026- de pleitnota van de moeder- de pleitnota van de vader.
1.2.
Voor de mondelinge behandeling op 13 juli 2026 zijn verschenen de moeder, bijgestaan door mr. Stelling en de vader, bijgestaan door mr. Silven.
Tevens is verschenen de heer [betrokkene 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover op 7 juli 2026 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld.
1.4.
Tenslotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Deze relatie is in april 2019 geëindigd.
2.2.
Uit de relatie tussen partijen is op [geboortedatum] 2017 hun zoon [minderjarige] geboren. Partijen hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
In een vonnis van 14 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter de volgende zorgregeling bepaald:
a. vanaf 10 mei 2025 tot en 31 mei 2025 is [minderjarige] iedere zaterdag bij de man van zaterdagochtend 9.00 uur tot zondagavond 18.00 uur. De man ondergaat bij aanvang van de omgang een drugstest. waaruit het gebruik van cannabis en overige drugs kan worden onderscheiden. De vrouw zorgt voor de aanwezigheid van een drugstest. De vriendin van de man zal tijdens de omgang aanwezig zijn.
b. van 7 juni 2025 om 9.00 uur tot 8 juni 2025 om 18.00 uur verblijft [minderjarige] bij de man. De man ondergaat bij aanvang van de omgang een drugstest, waaruit het gebruik van cannabis en overige drugs kan worden onderscheiden. De vrouw zorgt voor de aanwezigheid van een drugstest,
c. op 15 juni 2025 van 9.00 uur tot 18.00 uur verblijft [minderjarige] bij de man (vaderdag).
d. met ingang van 21 juni 2025 verblijft [minderjarige] om de week bij de man van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur.
e. op de voorwaarde dat alle drugstesten negatief zijn. verblijft [minderjarige] van 14 juli 2025 om 9.00 uur tot en met 27 juli 2025 om 18.00 uur bij de man (zomervakantie).
f. op de verjaardag van de man verblijft [minderjarige] bij de man.
g. partijen zullen zich aanmelden voor begeleiding bij het Centrum voor Jeugd en
Gezin (CJG).
2.4.
De moeder heeft de omgang in juni 2025 stopgezet en in kort geding een wijziging gevorderd van de bestaande zorgregeling. In het vonnis van [geboortedatum] 2025 heeft de voorzieningenrechter de volgende zorgregeling bepaald:
- op de 1° zaterdag 6 september 2025) verblijft [minderjarige] bij de man van 9.00 uur tot 18.00 uur;
- de week daarop (op 13 en 14 september 2025) verblijft [minderjarige] bij de man van zaterdag 9.00 uur tot zondag 18.00 uur;
- hierna verblijft [minderjarige] eenmaal in de veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij de man;
- de zorgregeling wordt zoveel mogelijk begeleid door de partner van de man;
- partijen zullen zich binnen één week na de datum van dit vonnis aanmelden voor begeleiding bij het CJG.
2.5.
Het CJG-traject is nog altijd niet van start gegaan. Aan de zorgregeling is wel uitvoering gegeven.
2.6.
Op 22 juni 2026 heeft [minderjarige] op school verteld dat hij een klap heeft gehad van de (ex)partner van de moeder, [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]). De moeder is op 22 juni 2026 naar school gekomen voor een gesprek. Op 23 juni 2026 zou er nog een gesprek plaatsvinden op het politiebureau waarbij [minderjarige], de moeder en Veilig Thuis aanwezig zouden zijn. De vader heeft [minderjarige] echter die middag, zonder overleg met de moeder, van school gehaald en meegenomen naar de woning van zijn partner op een vakantiepark in [plaats 3], Noord-Brabant. [minderjarige] kon hierdoor niet in gesprek met Veilig Thuis.
2.7.
Ondanks verzoeken daartoe heeft de vader [minderjarige] vanaf 23 juni 2026 niet meer teruggebracht naar de moeder. Ook is [minderjarige] niet naar school geweest. School heeft hiervan melding gedaan bij de leerplichtambtenaar.
2.8.
Een medewerker van Veilig Thuis heeft op 2 juli 2026 een gesprek gehad met [minderjarige] in Noord-Brabant.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.