ECLI:NL:RBNHO:2026:9831
Rechtbank Noord-Holland
- Uitspraak
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- C/15/339514 / FA RK 23/2080
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Echtscheiding met nevenvoorzieningen (o.a. eenhoofdig gezag, gelasten raadsonderzoek omgang, vervangende toestemming vakantie en BSO, kinderalimentatie en verdeling huwelijksgemeenschap. Verdeling: onvoldoende informatie over (mogelijke) erfenis in Roemenië, zodat niet vastgesteld kan worden dat deze valt in de huwelijksgemeenschap van partijen.
Uitspraak
1 Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van de man, ontvangen op 1 mei 2023;
het verweerschrift van de vrouw met bijlage(n), met daarin zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken), ontvangen op 31 juli 2023;
het verweerschrift van de man met bijlage(n) op de zelfstandige verzoeken van de man, ontvangen op 21 september 2023;
het aanvullend verzoekschrift van de vrouw met bijlage(n), ontvangen op 11 december 2024;
het bericht van de vrouw met bijlage ontvangen op 30 december 2024;
het bericht van de Raad van 17 februari 2026;
het aanvullende verzoekschrift van de vrouw, tevens houdende een wijziging van eerdere verzoeken met bijlage(n) ontvangen op 19 mei 2026;
het verweerschrift van de man op de gewijzigde- en aanvullende verzoeken van de vrouw, tevens aanvullend verzoek van de man, ontvangen op 28 mei 2026;
het bericht van de vrouw, tevens wijziging zelfstandige verzoeken, van 1 juni 2026.
1.2.
De man heeft ook in persoon een veelheid aan stukken ingediend, waaronder enkele ongedateerde stukken. Het betreft:
het bericht van de man met bijlage(n), ontvangen op 17 januari 2025;
het bericht van de man met bijlage(n) ontvangen op 11 augustus 2025;
het bericht van de man van 23 september 2025;
het bericht van de man ontvangen op 30 september 2025;
het bericht van de man van 18 december 2025;
het bericht van de man van 27 maart 2026;
het e-mailbericht van de man van 11 april 2026;
het bericht van de man van 15 april 2026.
Volgens het procesreglement echtscheidingen en het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt er verplichte procesvertegenwoordiging in een echtscheidingsprocedure. Dat wil zeggen dat proceshandelingen, zoals het indienen van een verzoekschrift en een verweerschrift, enkel door een advocaat kunnen worden verricht. Afzonderlijke stukken kunnen wel in persoon worden ingediend, maar daarvan moet dan duidelijk zijn ter onderbouwing van welk verzoek of verweer het kan dienen. In dit geval is voor de rechtbank niet duidelijk in hoeverre de stukken van de man zijn bedoeld om zijn verzoeken en verweer te onderbouwen en wat de relevantie daarvan is voor deze procedure. Gelet daarop neemt de rechtbank deze stukken niet mee in haar beoordeling.
1.3.
Mr. Meijer heeft zich op 26 februari 2026, na tussenkomst van de deken, gesteld als advocaat van de man. De man heeft tijdens deze procedure verschillende advocaten gehad, maar hij had een lange periode geen advocaat.
1.4.
De man heeft de rechtbank meerdere keren in persoon verzocht uitstel te verlenen voor de zitting. Deze verzoeken zijn afgewezen. Het laatste verzoek tot het verlenen van uitstel dat afkomstig was van mr. Meijer is wel toegewezen door de rechtbank, waardoor de eerder geplande zitting van 16 maart 2026 geen doorgang heeft gevonden.
1.5.
De zitting heeft plaatsgevonden op 3 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
de man bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Roemeense taal;
de vrouw bijgestaan door haar advocaat.
1.6.
De rechtbank heeft de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: De Raad) uitgenodigd om ter advisering van de rechtbank aanwezig te zijn op de mondelinge behandeling van 3 juni 2026. De Raad heeft aangegeven daartoe vanwege capaciteitsproblemen niet in staat te zijn. Desgevraagd heeft de Raad de rechtbank op 2 juni 2026 laten weten dat het beschermingsonderzoek naar [de minderjarige] zich in de afrondende fase bevindt, maar dat de inhoud daarvan nog niet kan worden gedeeld omdat deze eerst moet worden gedeeld met de ouders. Wat de Raad wel kan delen, is dat de Raad de zorgen die de vrouw uit over de man serieus neemt en dat de Raad zorgen heeft over het welzijn van [de minderjarige] . De Raad heeft aangegeven te overwegen het raadsonderzoek uit te breiden naar een onderzoek naar beëindiging van het gezag (naar de rechtbank begrijpt:) van de man. Tot slot heeft de Raad aangegeven dat de Raad geen uitspraken kan doen over de omgang tussen [de minderjarige] en haar vader, omdat deze vraag de Raad formeel niet voorligt. De rechtbank heeft deze informatie van de Raad voorafgaand aan de zitting en op de zitting met partijen gedeeld.
1.7.
Gelet op het voorliggende verzoek van de vrouw tot het ontzeggen van het recht van de man op omgang met [de minderjarige] , en met het oog op het nog lopende beschermingsonderzoek, heeft de rechtbank na de zitting bij proces-verbaal van de mondelinge behandeling met gesloten deuren van 3 juni 2026 de Raad verzocht het lopende onderzoek uit te breiden met een onderzoek naar de zorgregeling. Daarbij heeft de rechtbank de Raad de volgende onderzoeksvragen meegegeven:
is een verdeling van zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) tussen [de minderjarige] en de man in het belang van de minderjarige?;
indien een zorgregeling in het belang van de minderjarige wordt geacht, op welke wijze dient deze dan te worden vormgegeven? Hierbij dient de Raad in ieder geval te adviseren over de duur, frequentie, en eventuele noodzaak van begeleiding tijdens het contact.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.